Prinsjesdag 2021, Belastingplannen
2022 en ander nieuwe wetgeving

Prinsjesdag: wat verandert er voor u als ondernemer?
Vorige week presenteerde het kabinet de Miljoenennota met de financiële plannen
voor 2022. Zoals u van Spaargaren Accountants gewend bent hebben we voor u
de belangrijkste zaken op een rij gezet.

Ondernemer

Zelfstandigenaftrek verder afgebouwd

De zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 6.670) wordt verder afgebouwd. In 2022 wordt de aftrek verminderd met € 360 en bedraagt dan dus maximaal € 6.310. Daarna blijft de aftrek jaarlijks dalen om uiteindelijk in 2036 op maximaal € 3.240 uit te komen. U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u: 

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én 
  • tenminste 1.225 uren én 
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt. Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek. 

Tip
Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie van uw werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt

Vrijstelling TVL-subsidies

Tijdens de coronacrisis zijn verschillende subsidies beschikbaar gekomen voor ondernemers, zoals de Subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) en de Subsidie financiering vaste lasten startende mkb-ondernemingen COVID-19. Het is de bedoeling dat deze TVL-subsidies vrijgesteld zijn van winstbelasting. De wettelijke regeling die hiervoor nodig is, is opgenomen in het Belastingplan 2022. 

Meer subsidie voor emissieloze bestel- en bedrijfsauto’s

Volgende jaar wordt het nog interessanter om te investeren in nieuwe emissieloze bestel- of bedrijfsauto’s. In het kader van de aanpak van de klimaatverandering komt er in 2022 namelijk meer budget vrij voor de Subsidieregeling Emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA). U kunt tijdelijk (tot en met 2025) subsidie krijgen voor de aanschaf of financial lease van een nieuwe emissieloze bedrijfsauto. De subsidie bedraagt 10% van de netto catalogusprijs (voertuigcategorie N1) of 10% van de verkoopprijs uit de overeenkomst zonder btw (voertuigcategorie N2 tot en met een gewicht van 4.250 kg). De netto catalogusprijs (N1) of de verkoopprijs (N2) moet minimaal € 20.000 zijn. Het subsidiebedrag is nu gemaximeerd op € 5.000 per bedrijfs- of bestelauto. Dit bedrag wordt in 2022 verhoogd. Hoeveel de verhoging precies bedraagt, wordt aan het eind van het jaar bekendgemaakt. 

Verhoging milieu-investeringsaftrek

Als u investeert in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, dan kunt milieu-investeringsaftrek (MIA) krijgen als het bedrijfsmiddel op de Milieulijst staat. U mag dan een bepaald percentage van de investeringskosten aftrekken van uw winst. De percentages in de MIA lopen op van 13,5%, 27% naar 36%, afhankelijk van de investering die u doet. Deze percentages worden in 2022 verhoogd naar respectievelijk 27%, 36% en 45%. Combineert u de MIA met de Willekeurige afschrijving voor milieu-investeringen (Vamil), dan kan het netto belastingvoordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 

Walstroom goedkoper

Walstroom is de elektriciteit die aangemeerde schepen krijgen vanaf het land. Deze stroom is milieuvriendelijker dan de elektriciteitsvoorziening via generatoren aan boord van de schepen. De generatoren verbruiken namelijk vaak diesel. Daarom wordt voorgesteld om het gebruik van walstroom te stimuleren door het tarief te verlagen tot € 0,0005 per kWh elektriciteit en geen opslag duurzame energie in rekening te brengen. 

DGA

Minder vennootschapsbelasting betalen

U gaat in 2022 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf blijft weliswaar 15%, maar in 2022 is dit tarief van toepassing op de eerste € 395.000 jaarwinst. Dit jaar ligt die schijfgrens bij € 245.000. Het hoge Vpb-tarief in de tweede schijf blijft 25%. 
 

Tip
Hebt u meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen? Het kan dan interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken. De hogere grens voor het lage Vpb-tarief geldt namelijk voor alle winst van de fiscale eenheid bij elkaar. Maar zonder fiscale eenheid kunt u per vennootschap profiteren van deze hogere grens.

Langer laag gebruikelijk loon voor DGA innovatieve start-up

Bent u directeur- grootaandeelhouder (DGA) van een innovatieve start-up? U mag dan maximaal 3 jaar uw gebruikelijk loon vaststellen op het wettelijk minimumloon. U moet hiervoor een S&O-verklaring hebben en maximaal 5 jaar inhoudingsplichtige zijn voor de loonbelasting en hiervan maximaal al 2 jaar een S&O-verklaring hebben gehad. Deze regeling zou eind 2021 vervallen, maar wordt nu toch eenmalig verlengd tot 1 januari 2023. Dan komt de regeling te vervallen, tenzij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de regeling positief heeft geëvalueerd. 

Beperking verrekening voorheffingen 

Nederlandse vennootschappen die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen, kunnen betaalde voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting) verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting (Vpb). Maken zij verlies, dan krijgen zij de betaalde voorheffingen terugbetaald. Buitenlandse vennootschappen konden in dit geval geen teruggave krijgen, maar sinds kort is deze ongelijkheid onder voorwaarden weggenomen. Toch wil het kabinet de verrekening van voorheffingen met verschuldigde Vpb beperken voor alle Vpb-plichtigen. De beperking houdt in dat vennootschappen de voorheffingen kunnen verrekenen met maximaal in een jaar verschuldigde Vpb. De niet-verrekende voorheffingen kunnen zij onbeperkt doorschuiven naar latere jaren. Bij verlies betaalt de vennootschap geen Vpb, dus is verrekening van voorheffingen dan niet mogelijk.

Werkgevers en werknemers

Verhoging vrije ruimte

De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is - net als in 2020 - ook in 2021 verhoogd van 1,7% naar 3%. De vrije ruimte is dus tot maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze tijdelijke coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Net als in 2020 moest deze tijdelijk verruiming nog een wettelijke basis krijgen. Daarom is de maatregel in het Belastingplan 2022 opgenomen. Voor 2022 zijn er geen aanpassingen voorgesteld en geldt dus weer 1,7% en boven een fiscale loonsom van € 400.000 blijft het percentage voor de vrije ruimte 1,18% van de fiscale loonsom. 

Gerichte vrijstelling voor thuiswerken

Thuiswerken wordt waarschijnlijk een blijvertje ook na de coronacrisis. Veel werkgevers en werknemers hebben ingezien dat thuiswerken ook voordelen heeft. Ook de overheid is gebaat bij minder woon-werkverkeer: minder fileleed en minder CO2-uitstoot. Om thuiswerken verder te stimuleren mag u vanaf 2022 een onbelaste vergoeding van € 2 per dag voor thuiswerkkosten aan uw werknemer betalen. Dit zijn bijvoorbeeld extra kosten voor gas- en elektriciteitsverbruik, koffie en/of thee, wc-papier en afschrijvingskosten van een eigen bureau en stoel. U kunt ook gebruikmaken van de volgende al bestaande faciliteiten:

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling;
  • de gerichte vrijstellingen voor mobiele telefoons, ICT-middelen en - onder voorwaarden-arbovoorzieningen.

Aanpassing vaste reiskostenvergoeding 

Als uw werknemers ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reizen (woon-werkverkeer), mag u een vaste onbelaste reiskostenvergoeding betalen, alsof die werknemers op 214 dagen naar die vaste werkplek reizen. In samenhang met de nieuwe gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten stelt het kabinet nu voor om de 128-dagenregeling pro rata toe te passen als structureel (deels) wordt thuisgewerkt. U moet de vaste reiskostenvergoeding toepassen op basis van het aantal dagen waarop uw werknemers in de regel naar de vaste werkplek reizen. Reist een werknemer bijvoorbeeld op 3 dagen in de week naar de vaste werkplek, dan moet de werknemer op 76 dagen (3/5 van 128 dagen) van het kalenderjaar naar die werkplek reizen om te voldoen aan de voorwaarde van de 128-dagenregeling. U mag de vergoeding dan berekenen alsof de werknemer 129 dagen (3/5 van 214 dagen) van het kalenderjaar naar de vaste werkplek reist. 
Op de dagen dat de werknemer thuiswerkt, kunt u de onbelaste thuiswerkvergoeding betalen. U kunt de onbelaste thuiswerkvergoeding en de vaste onbelaste reiskostenvergoeding niet tegelijkertijd op één werkdag betalen. Het kan dus voorkomen dat het totale bedrag van de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding in 2022 lager is dan de reiskostenvergoeding die de werknemer in 2021 ontving.

Tip
Maak met uw werknemers vaste afspraken over het aantal dagen per week dat de werknemer thuiswerkt en naar het werk gaat, zodat u de gerichte vrijstellingen optimaal benut. 

Opnieuw verhoging bijtelling emissieloze auto

Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2022 verder verhoogd van 12% naar 16%. De catalogusprijs waarop u dit percentage mag toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal € 40.000 naar € 35.000. Vanaf 2023 gaat dit maximum nog verder omlaag naar € 30.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. 

Auto’s op waterstof of zonnecelauto’s 

Rijdt uw auto van de zaak op waterstof of zonne-energie, dan geldt deze splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 16% (in 2022) toepassen. Het kabinet stelt voor om de invoering van een maximumbedrag in de bijtelling voor deze auto’s uit te stellen tot na 2024. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die rijden in een auto van de zaak.

Lage en hoge WW-premie

In de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is de WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract opgenomen. Contracten die aan de voorwaarden van de lage premie voldoen, zouden toch als flexibele arbeid kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door structureel overwerk. Om dit te voorkomen zijn bepaalde herzieningssituaties in de wet opgenomen waardoor u alsnog met terugwerkende kracht de hoge premie  moet betalen.

Eén van deze situaties is dat een werknemer binnen een kalenderjaar 30% of meer uren werkt dan in het contract is overeengekomen, zoals bij overwerk het geval kan zijn. Deze uitzondering is vanwege de coronacrisis opgeschort, maar treedt in 2022 weer in werking.

Aandelenoptierechten aantrekkelijker

Het verstrekken van aandelenoptierechten aan uw werknemers is een vorm van loon. U moet op dat loon loonheffing inhouden en afdragen, zodra uw werknemers de optierechten inruilen voor aandelen van uw onderneming. Het komt voor dat de werknemer niet over voldoende middelen beschikt om die loonheffing op dat moment te betalen. Daarom wordt voorgesteld om de mogelijkheid te bieden om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment waarop de uit de optierechten verkregen aandelen in uw bedrijf verhandelbaar zijn. U neemt dan op dat latere moment de waarde in het economisch verkeer van de aandelen in aanmerking als loon. De maatregel is bedoeld om u meer mogelijkheden te bieden om personeel aan te trekken en te behouden.  

Tip
De toepassing van het latere heffingsmoment is geen must maar een keuzerecht. Er kan dus ook voor het heffingsmoment van de huidige regeling worden gekozen. Op voorhand lijkt de keuze voor uitstel niet aantrekkelijk, omdat de waarde van de aandelen op het moment van verhandelbaar zijn, hoger kan zijn en er dus – veel – meer loonheffing moet worden betaald.

Alle belastingbetalers

Iets lager IB-tarief en verruiming eerste schijf

Er zijn twee tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting: een schijf met een laag tarief (nu: 37,10%) en een schijf met een hoog tarief (nu: 49,5%) dat van toepassing is op een inkomen vanaf € 68.507. Volgend jaar ligt dit beginpunt van de tweede schijf bij € 69.398. In 2022 gaat het lage tarief iets omlaag naar 37,07%. Het hoge tarief wijzigt niet. Tussen 2023 en 2024 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd tot uiteindelijk 37,03%. 

Verlaging maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting

Het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2022 verlaagd met € 318. De korting bedraagt volgend jaar maximaal € 2.534. Als u werkt en een kind heeft in de leeftijd tot 12 jaar,  komt u mogelijk in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dat is het geval als u geen fiscale partner heeft of als u die wel heeft maar uw arbeidsinkomen lager is dan dat van uw partner. De hoogte van de korting hangt af van uw arbeidsinkomen.

Lager eigenwoningforfait 

Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.110.000 wordt verlaagd van 0,50% naar 0,45% in 2022. Voor woningen met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer blijft het forfait 2,35%. U bent dit tarief alleen verschuldigd voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000.

Besluit eigenwoningregeling wordt wetgeving en aangepast

De toepassing van de eigenwoningregeling bij partners is nu nog vastgelegd in een beleidsbesluit dat voortvloeit uit de per 1 januari 2013 ingevoerde verplichte jaarlijkse aflossingseis voor eigenwoningschulden. Dit besluit wordt omgezet in wetgeving en aangepast. De eigenwoningregeling is een complexe regelgeving. De voorgestelde aanpassingen zijn al even complex en lenen zich daarom niet goed voor een behandeling in dit FiscKoffertje. Daarom volgt hierna een korte opsomming van de belangrijkste punten, zonder verder in details te treden. Herkent u een van de geschetste situaties, neem dan contact op met uw fiscale adviseur. Die helpt u graag verder als u behoefte heeft aan meer detailinformatie. 

  • Toerekening van vóór een huwelijk ontstane eigenwoningreserve wordt beperkt tot huwelijken in algehele gemeenschap van goederen;
  • Inzet van een eigenwoningreserve bij gezamenlijke aankoop en financiering van een woning: de tegemoetkoming die geldt als u de eigen woning ieder voor de helft koopt en ook de eigenwoningschuld u ieder voor de helft aangaat, u het ‘eigenwoningverleden’ over u en uw partner gelijkelijk mag verdelen, geldt ook bij een andere verdeling dan 50-50-aankoop en -financiering;
  • Overgang aflossingsstand bij huwelijk: de aflossingsstand gaat niet langer over op de partner, maar blijft bij de partner bij wie deze is ontstaan;
  • Bestaande eigenwoningschuld (EWS) bij oversluiten naar nieuwe gezamenlijke EWS: introductie keuzerecht die het mogelijk maakt dat een bestaande EWS door beide partners gezamenlijk kan worden ingezet naar rato van hun aandeel in de gezamenlijke nieuwe schuld;
  • Overlijden en de eigenwoningregeling: bij overlijden gaat de bestaande eigenwoningreserve niet over op de langstlevende partner of andere belastingplichtige. Dit geldt ook voor een eventueel aanwezige aflossingstand. Daarnaast introductie van een keuzerecht voor de langstlevende partner om van het overgangsrecht van een bestaande EWS van de overleden partner gebruik te maken bij het oversluiten van een bestaande EWS naar een nieuwe lening.

Overdrachtsbelasting en onvoorziene omstandigheden

Koopt u een woning die u als hoofdverblijf gaat gebruiken, dan betaalt u 2% overdrachtsbelasting (OVB). Koopt u een woning die voor u geen hoofdverblijf zal zijn, dan betaalt u 8% OVB. Bent u (of is uw partner) tussen 18 en 35 jaar oud dan kunt u mogelijk de startersvrijstelling benutten waardoor u in het geheel geen OVB hoeft te betalen. Dat is het geval als de waarde van de aangekochte woning inclusief aanhorigheden niet meer dan € 400.000 bedraagt en u de startersvrijstelling niet eerder hebt benut. Cruciaal voor de toepassing van het 2%-tarief en de startersvrijstelling is dat u de woning als hoofdverblijf anders dan tijdelijk gaat bewonen. Toch kunnen zich vóór de verkrijging van de woning maar nadat de koopovereenkomst niet meer kan worden ontbonden, onvoorziene omstandigheden (zoals overlijden of scheiding) voordoen, waardoor u niet meer aan het hoofdverblijfcriterium voldoet. Onder deze omstandigheden geldt dat u geacht wordt de woning als hoofdverblijf te zullen gebruiken, waardoor u niet alsnog het 8%-tarief in de OVB verschuldigd bent. Voor onvoorziene omstandigheden die zich voordoen ná de levering is dit al zo geregeld.

STAP-budget vervangt scholingsaftrek

Volgend jaar wordt de fiscale scholingsaftrek vervangen door het zogenoemde STAP-budget. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Met het STAP-budget kunt u bij het UWV een individueel leer- en ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 per jaar aanvragen. Daarmee kunt u zich verder ontwikkelen en uw inzetbaarheid op de arbeidsmarkt vergroten. De scholingsactiviteiten die voor het budget kwalificeren komen in het STAP-scholingsregister te staan. U kunt het STAP-budget vóór aanvang van de scholing aanvragen via het STAP-portaal van het UWV. Dat kan één keer per jaar. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan betaalt het UWV het bedrag rechtstreeks aan de opleider. Hoewel het STAP-loket pas per 1 maart 2022 opengaat, wordt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven al per 1 januari 2022 afgeschaft. In de tussenliggende twee maanden bent u voor de financiering van uw scholingsactiviteiten aangewezen op de mogelijkheden bij uw werkgever, sector of bijvoorbeeld de regeling ‘NL leert door’. Het STAP-budget is een tijdelijke regeling die vervalt  per 1 januari 2027.

Minder verhuurderheffing

Was u op 1 januari 2021 in het bezit van meer dan 50 huurwoningen met een maximale huurprijs van € 752,33 per maand? In dat geval bent u verhuurderheffing verschuldigd over de WOZ-waarde van deze huurwoningen (met een maximum van € 315.000 per woning) verminderd met 50 x de gemiddelde WOZ-waarde van deze woningen. U bent vrijgesteld van de verhuurderheffing als de woningen Rijksmonumenten zijn, die  krachtens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen. De verhuurderheffing bedraagt nu 0,526% van de heffingsgrondslag. Het kabinet heeft voorgesteld om het tarief van de verhuurderheffing in 2022 te verlagen van 0,526% naar 0,485%. Daarnaast wordt voorgesteld om de heffingsverminderingen maandelijks in plaats van per kwartaal te verhogen, te verlagen of op nihil vast te stellen. Zo moet overschrijding van het beschikbare budget worden voorkomen. U wordt over een bijstelling ruim voor de maand van inwerkingtreding geïnformeerd.

Toch huurtoeslag bij overschrijding maximum huurgrens

Als uw huurprijs de maximum huurgrens (in 2021: € 752,33) overschrijdt, heeft u in beginsel geen recht (meer) op huurtoeslag. Vanaf volgend jaar kunt u in dat geval toch voor huurtoeslag in aanmerking komen. Daar wordt wel de voorwaarde aan verbonden dat u voordat de overschrijding plaatsvond, voor uw woning al op enig moment recht op huurtoeslag had. 

Meer subsidie voor emissieloze personenauto’s

U kunt als particulier subsidie krijgen voor de aankoop of (private) lease van een nieuwe elektrische auto. Die subsidie kunt u krijgen op grond van de tijdelijke Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP). Vanaf 2022 is er een hoger budget beschikbaar. Maar het subsidiebedrag voor een nieuwe auto gaat omlaag van € 4.000 naar € 3.350 in 2022. In de jaren erna wordt het bedrag verder verlaagd: in 2023 naar € 2.950 en in 2024 naar € 2.550. Vanaf 2025 wordt geen subsidie meer verstrekt. U kunt in deze subsidieregeling ook subsidie krijgen voor de aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto. Dat bedrag blijft gelijk aan dat van dit jaar: € 2.000 per auto. Dat bedrag blijft de komende jaren gelijk. 

Hogere subsidies voor verduurzaming woningen

Het kabinet maakt meer geld vrij voor de verduurzaming van woningen. Zo kunt u een tegemoetkoming krijgen van € 1.000 tot € 2.100 voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Deze pompen zijn een combinatie van een elektrische warmtepomp en een cv-gasketel. Ook komt er een Nationaal Isolatieprogramma om de 20% slechts geïsoleerde huur- en koopwoningen versneld te isoleren. Bovendien wordt onder meer het bestaande budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) verhoogd. 

Als u vragen en/of opmerkingen heeft over bestaande nieuwsartikelen neem hierover dan vrijblijvend contact met ons op +31 20 - 644 75 41 of per e-mail
op info@spaargarenaccountants.nl

© 2020 Spaargarenaccountants