Nieuwsbrief november 2020

Hieronder treft u alle artikelen uit de nieuwsbrief november 2020

Tips voor de ondernemer

Vermogenstoets bij Tozo 3.0 uitgesteld

Sinds 1 oktober jl. is het derde steunpakket van start gegaan om de gevolgen van de voortdurende coronacrisis te bestrijden. Een van de maatregelen betreft de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) met negen maanden tot 1 juli 2021. Voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 kunt u een uitkering voor levensonderhoud aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

Aanvankelijk was voorgesteld om in deze Tozo 3.0 een aanvullende beperkte vermogenstoets op te nemen. Die toets hield in dat als u meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) heeft, u niet in aanmerking zou komen voor Tozo 3.0. Het kabinet heeft echter inmiddels besloten om deze beperkte vermogenstoets nog niet in te voeren, maar uit te stellen tot 1 april 2021.

Overgang naar reguliere vangnet ondernemers
Met de invoering van de vermogenstoets wordt vanaf 1 april 2021 een stap gezet richting de reguliere bijstandsverlening voor zelfstandig ondernemers. Deze regeling is vastgelegd in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz biedt een vangnet voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten en voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

TVL verlengd

U kunt ook negen maanden (tot 1 juli 2021) langer gebruikmaken van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), mits u aan de voorwaarden voldoet. Deze belastingvrije tegemoetkoming wordt verhoogd van  maximaal € 50.000 per bedrijf per vier maanden naar maximaal € 90.000 per bedrijf per drie maanden. In de komende negen maanden wordt de regeling geleidelijk afgebouwd, zodat u tijd en ruimte krijgt om u aan te passen. Tot en met 31 december 2020 blijven de huidige voorwaarden van toepassing. Dit wil zeggen dat u alleen voor de TVL in aanmerking komt als u een omzetverlies hebt van meer dan 30%. Vanaf 1 januari 2021 wordt deze omzetdervingsgrens verhoogd naar 40%. Voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2021 wordt de grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt maximaal 50%.

Aanvragen
De subsidie is steeds per drie maanden aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2020 (tot 29 januari 2021) kunt u TVL voor de periode 1 oktober t/m 31 december 2020 aanvragen. Aanvragen dient u in via de RVO met eHerkenning of uw DigiD.

Later en langer terugbetalen belastingschuld

Tot 1 oktober 2020 kon u de eerste aanvraag indienen voor bijzonder uitstel van betaling van belastingen vanwege de coronacrisis. Hebt u uitstel gekregen, dan kunt u dat uitstel tot 31 december 2020 laten verlengen tot 1 juli 2021 als u nog steeds in financieel zwaar weer verkeert door de voortdurende coronacrisis. Als u daarna begint met het aflossen van de tot eind 2020 opgebouwde belastingschuld, mag u daar langer over doen. De terugbetalingstermijn is namelijk verlengd van 24 naar 36 maanden. In het voorjaar van 2021 krijgt u een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling.

Herverzekering leverancierskredieten verlengd

De overheid staat momenteel garant voor verzekeringen van leverancierskredieten. Daarvoor is een overeenkomst gesloten met de verzekeraars. Die overeenkomst zou eind 2020 aflopen, maar wordt nu verlengd tot 31 maart 2021. Zo blijft u er zeker van dat u geld kunt lenen om uw leveranciers te betalen. En uw leveranciers zijn er zeker van dat zij worden betaald. Zo wordt een ‘domino-effect’ voorkomen van ondernemers die niet kunnen betalen naar leveranciers die daardoor ook in de problemen komen.

Feitelijk herverzekert de overheid de bestaande verzekeringsportefeuilles met kortlopende leverancierskredieten van alle deelnemende verzekeraars. De herverzekering moet kredietverzekeraars meer zekerheid geven dat kredieten worden terugbetaald, zodat zij niet langer kredietlimieten beëindigen of verlagen vanwege de coronacrisis. Het uiteindelijke doel is dat u als ondernemer geen problemen meer hebt bij het verkrijgen van kredieten om uw bevoorrading op peil te houden.

Tips voor de DGA

Faillissement kan ook nieuwe start zijn

Veel ondernemers verkeren in zwaar weer, ondanks de noodmaatregelen die de overheid heeft getroffen om faillissementen van bedrijven en ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen. Ook bij u is mogelijk een groot deel van de omzet weggevallen, terwijl uw financiële verplichtingen gewoon doorlopen. De kans bestaat dat u het hoofd niet boven water kunt houden, ondanks alle maatregelen die u trof en gemaakte afspraken met uw schuldeisers, verhuurders, etc. Wat dan te doen? Moet u in die situatie surseance van betaling aanvragen of is het verstandiger om (ook) een faillissementsaanvraag in te dienen?

Faillissementsaanvraag
Een faillissement hoeft niet direct het einde van uw onderneming te betekenen. U kunt met uw bv mogelijk een doorstart maken. Dit kan door de bezittingen en schulden en eventueel de benodigde contracten uit de failliete boedel te kopen en hiermee de onderneming (bijvoorbeeld in een nieuw op te richten bv) voort te zetten. Een faillissementsaanvraag die opgevolgd wordt door een doorstart, kan een oplossing – lees: nieuwe start – zijn. Informeer bij uw adviseur of dit voor u een optie is. 

Invorderingsrente blijft nog laag maar belastingrente gaat omhoog

Als een belastingaanslag te laat wordt betaald, moet er invorderingsrente worden betaald. Deze rente is in verband met de coronacrisis tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Op Prinsjesdag is besloten dat deze verlaging wordt verlengd tot en met 31 december 2021.

Als een belastingaanslag niet op tijd of niet (direct) op het juiste bedrag kan worden vastgesteld, kan aan u (of uw vennootschap) belastingrente in rekening worden gebracht. Deze rente was ook tijdelijk verlaagd naar 0,01% vanwege de coronacrisis. Maar deze verlaging is niet verlengd. Met ingang van 1 oktober jl. bedraagt de belastingrente 4%. Het goede nieuws is dat dit percentage tot eind 2021 ook geldt voor de aanslagen vennootschapsbelasting. Voordat de belastingrente werd verlaagd, was dit percentage nog 8%!

Tip
Hoewel het percentage van de belastingrente niet helemaal teruggaat naar het oude niveau van 8%, is het door de verhoging wel weer van belang om op tijd en juist aangifte te doen en/of een voorlopige aanslag aan te vragen.

Toch verruiming verliesverrekening op komst

De regering heeft voorgesteld om de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting vanaf 2022 te verruimen. Dit is opmerkelijk, omdat zij hiertoe niet bereid was aan het begin van de coronacrisis. Het verrekenen van verliezen met toekomstige winsten wordt vanaf 2022 onbeperkt. Nu is de voorwaartse verliesverrekening beperkt tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Maar er is ook een keerzijde, want de verliezen worden namelijk slechts volledig verrekenbaar tot een winst van € 1.000.000 per jaar, maar bij een hogere winst nog maar tot 50% van die hogere winst in een jaar.

Hoge schuld bij uw bv? Draag uw box-3-woningen over

Het wetsvoorstel over de aanpak van excessief lenen bij de eigen bv is onlangs ingediend bij de Tweede Kamer. Met ingang van 2023 wordt het lenen bij de eigen bv boven een bedrag van € 500.000 in box 2 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang (in 2021 bedraagt het box-2-tarief 26,9%). Hebt u meer dan € 500.000 geleend van uw eigen bv om in box 3 te gaan beleggen? In dat geval moet u ervoor zorgen dat de schuld aan uw eigen bv voor eind 2023 is teruggebracht tot onder de € 500.000. U heeft hiervoor dus nog wel even tijd.

Maar belegt u in verhuurde woningen, dan doet u er verstandig aan om te overwegen dit jaar al de verhuurde woningen over te dragen aan uw eigen bv ter aflossing van uw schuld. Het tarief van de overdrachtsbelasting voor verhuurde woningen bedraagt nu nog 2%. Op Prinsjesdag heeft het kabinet echter voorgesteld om dit tarief volgend jaar te verhogen naar 8%!  

Tips voor werkgevers en werknemers

Gratis ontwikkeladvies komt weer beschikbaar

In de steunmaatregel NOW 2.0 die tot 1 oktober 2020 liep, stond dat u zich verplicht moest inspannen om werknemers te stimuleren deel te nemen aan een ontwikkeladvies of scholing. Deze voorwaarde komt ook terug in de NOW 3.0-regeling van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021.

Werknemers konden vanaf 1 augustus 2020 (via de regeling NL Leert Door) via een loopbaanadviseur gratis ontwikkeladviezen vragen. Hier werd zoveel gebruik van gemaakt, dat het gestelde maximumaantal gratis ontwikkeladviezen al op 2 september was bereikt. Aanvankelijk zou pas in 2021 weer budget beschikbaar komen voor het gratis ontwikkeladvies. De regering heeft dit echter naar voren gehaald, zodat vanaf 1 december a.s. er weer gratis ontwikkeladviezen beschikbaar zijn. Er is dan budget voor 50.000 adviestrajecten. De gratis ontwikkeladviezen zijn beschikbaar voor werknemers, maar ook voor zelfstandigen en andere werkzoekenden.

NOW 3.0 net weer even anders

De NOW-regeling is per 1 oktober met negen maanden verlengd. Ten opzichte van NOW 1.0 en NOW 2.0 zijn wel enkele wijzigingen aangebracht in de regeling. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • NOW 3.0 geldt van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en  is opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden: oktober tot en met december 2020, januari tot en met maart 2021 en april tot en met juni 2021. U kunt per tijdvak een afzonderlijke aanvraag indienen;
  • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling, gaat vanaf het tweede tijdvak (januari t/m maart 2021) omhoog van 20% naar 30%;
  • De steun over negen maanden kent een geleidelijke afbouw van de vergoedingspercentages: van 80% in het eerste tijdvak, naar 70% in het tweede tijdvak en naar 60% in het derde tijdvak;
  • In tegenstelling tot NOW 1.0 en NOW 2.0 mag u de loonsom geleidelijk verminderen met 10% in het eerste tijdvak, met 15% in het tweede tijdvak en met 20% in het derde tijdvak zonder dat de NOW-subsidie lager wordt. De (vrijwillige) daling van de loonsom kan tot stand komen door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers;
  • De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag via het UWV, keert niet meer terug;
  • Het maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon (€ 4.845 per maand), in plaats van op 2x het maximum dagloon (€ 9.691 per maand).

Let op
Bij alle drie tijdvakken blijft de forfaitaire opslag van 40% voor de werkgeverslasten - zoals bij de NOW 2.0 - in stand.

Geen kortingen meer
De kortingen op de NOW-subsidie die golden bij de NOW 1.0 en 2.0 bij het doen van een aanvraag tot ontslag van een werknemer om bedrijfseconomische redenen, zijn in NOW 3.0 geschrapt. Daardoor vervalt de korting van 5% op het gehele subsidiebedrag als u bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden of, bij gebreke daaraan, een andere werknemersvertegenwoordiging.

Bovendien geldt in de NOW 3.0 niet meer dat 100% (in de NOW 2.0) of 150% (in de NOW 1.0) van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, voor de gehele subsidieperiode in mindering wordt gebracht op de NOW-subsidie. U ontvangt dus subsidie over de loonkosten die u tijdens de subsidieperiode heeft, zolang een werknemer in die periode daadwerkelijk bij u in dienst is.

Inspanningsverplichting
U krijgt in NOW 3.0 een nieuwe inspanningsverplichting. U moet namelijk meewerken aan de begeleiding naar nieuw werk van een werknemer die om bedrijfseconomische redenen is ontslagen. Als u niet voldoet aan deze voorwaarde, wordt uw NOW-subsidie met 5% gekort. Deze korting wordt toegepast als u geen contact heeft gezocht met het UWV in het kader van begeleiding van werk naar werk, terwijl u wel bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt.

Geen bonussen of dividend
De voorwaarde dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht, blijft.

Bepaling omzetdaling en loonsom
Ook in de NOW 3.0-regeling zijn de omzetdaling en de loonsom bepalend voor de NOW-subsidie.

De wijze van het berekenen van de omzetdaling blijft gelijk aan de NOW 1.0 en 2.0: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door u te kiezen periode van drie maanden. Net als in de NOW 1.0 en 2.0 kan per tijdvak worden gekozen over welke periode de omzetdaling wordt berekend.

Heeft u al een aanvraag ingediend voor NOW 2.0 en is de subsidie verleend? In dat geval moet de periode van omzetdaling voor het tijdvak oktober tot en met december 2020 van NOW 3.0 aansluiten op de periode van omzetdaling waarvoor u NOW 2.0-subsidie heeft aangevraagd. Dit geldt ook voor de tijdvakken in de NOW 3.0. Als u de NOW-subsidie aanvraagt voor opeenvolgende tijdvakken, moeten de omzetperiodes dus op elkaar aansluiten.

Voor de loonsom is bepalend de loonsom van juni 2020. Als de polisadministratie voor de maand juni 2020 niet gevuld is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020.

Aanvragen
Het UWV streeft ernaar het aanvraagloket voor het eerstvolgende aanvraagtijdvak vanaf 16 november 2020 tot 13 december 2020 te openen. Daarbij kunt u met terugwerkende kracht een aanvraag indienen voor het eerste tijdvak (1 oktober tot en met 31 december 2020). Na het toekennen van de subsidie, krijgt u in drie termijnen een voorschot van 80%.

Het aanvraagtijdvak voor het tweede tijdvak (januari t/m maart 2021) is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor het laatste tijdvak (april t/m juni 2021) is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021.

Als u voor alle drie de tijdvakken subsidie heeft ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tijdvakken plaats vanaf 1 september 2021, maar u moet wel voor elk tijdvak een aparte aanvraag om vaststelling indienen. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt later.

Aanvraagperiode definitieve vaststelling NOW 1.0 gestart

Hebt u gebruikgemaakt van de NOW 1.0-regeling, zodat u de lonen van uw werknemers kon blijven doorbetalen tijdens de eerste maanden van de coronacrisis? Die steun hebt u als voorschot ontvangen. Hoe hoog de steun precies moet zijn, wordt nog vastgesteld op basis van uw feitelijke omzetverlies en loonsom over maart, april en mei 2020. Daarvoor moet u een aanvraag voor een definitieve berekening van de NOW 1.0 indienen bij het UWV. Dat kan sinds 7 oktober. De definitieve vaststelling van NOW 1.0-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat u te veel voorschot heeft gehad. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als uw omzetverlies kleiner is dan u had verwacht bij de voorschotaanvraag of als uw loonsom is gedaald.

Het UWV stelt de NOW-subsidie vast 52 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling. Vanwege het grote aantal aanvragen is gekozen voor deze lange beslistermijn.

Aanvraagtermijn vaststelling
De duur van de aanvraagtermijn is afhankelijk van het feit of u wel of niet verplicht bent om bij de aanvraag een accountantsverklaring te voegen. U hoeft geen accountantsverklaring maar wel een verklaring van een ‘derde deskundige’ bij te voegen als uw voorschot meer dan € 20.000 bedroeg of bij een definitief subsidiebedrag van meer dan € 25.000. De ‘derde deskundige’ kan uw accountant zijn, maar mag ook een andere intermediair of een brancheorganisatie zijn. U moet de aanvraag in dit geval binnen 24 weken indienen.

Een accountantsverklaring is verplicht bij een voorschot van meer dan € 100.000 of een definitief subsidiebedrag van meer dan € 125.000. In dat geval hebt u 38 weken de tijd om uw vaststellingsaanvraag in te dienen.

Let op
Als u binnen de gestelde termijn geen aanvraag voor vaststelling van de NOW 1.0-subsidie hebt gedaan, wordt de subsidieverlening ingetrokken. Dit heeft tot gevolg dat het subsidievoorschot onverschuldigd is betaald en volledig wordt teruggevorderd.

Meer bekend over BIK

Om investeringen te blijven stimuleren ondanks coronatijd, komt er – als het aan het kabinet ligt – volgend jaar een nieuwe, tijdelijke (tot eind 2022) subsidieregeling: de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Tot 5 oktober waren alleen de hoofdlijnen van deze nieuwe regeling bekend. Maar inmiddels is er meer informatie over de omvang en werking van de regeling. Als u per bedrijfsmiddel minimaal € 1.500 investeert en minimaal € 20.000 per aanvraag, kunt u een investeringskorting krijgen. Deze korting kunt u verrekenen met de af te dragen loonheffing. De hoogte van de korting hangt af van de omvang van het investeringsbedrag:

  • bij investeringen tot en met € 5 miljoen per kalenderjaar bedraagt de korting 3% van het investeringsbedrag;
  • bij investeringen boven € 5 miljoen bedraagt de korting 2,44% van het investeringsbedrag boven de € 5 miljoen.

 De regeling is van toepassing op investeringen in bedrijfsmiddelen waarvan de investeringsverplichtingen op of na 1 oktober 2020 zijn aangegaan. De investeringen moeten tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 volledig zijn betaald en daarna binnen zes maanden in gebruik zijn genomen.

Tip
U kunt de BIK benutten naast andere bestaande stimuleringsregelingen, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de vervroegde afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen (VAMIL), mits aan de voorwaarden voor deze stimuleringsregelingen wordt voldaan.

Invoering nog onzeker
Het BIK-budget bedraagt € 2 miljard per jaar. De BIK-regeling is inmiddels opgenomen in het Belastingplan 2021, waarmee de Eerste en Tweede Kamer nog moeten instemmen. Tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer lag de regeling al behoorlijk onder vuur. Het is dus nog niet zeker of de nieuwe regeling er ook echt komt.

Thuiswerken heel 2020 geen invloed op vaste (reis)kostenvergoedingen

Voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter kunt u een vaste onbelaste vergoeding afspreken met uw werknemers, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. Voor veel werknemers leiden de maatregelen rondom de coronacrisis, zoals het thuiswerken, wat betreft de vervoerskosten, tot een verandering van hun reispatroon. Zonder nadere maatregelen zou deze verandering kunnen meebrengen dat u de vaste reiskostenvergoeding moet aanpassen of geheel of gedeeltelijk tot het loon moet rekenen. Dit is ongewenst. Daarom hoeft u gedurende heel 2020 de vaste reiskostenvergoedingen niet aan te passen bij een wijziging in het reispatroon van uw werknemers. Dit geldt ook voor een vaste reiskostenvergoeding met nacalculatie. Dit betekent dat u voor heel 2020 mag blijven uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is.

Andere vaste kostenvergoedingen
Onder voorwaarden mag u voor gericht vrijgestelde en intermediaire kosten een vaste, onbelaste kostenvergoeding geven, die niet ten koste gaat van de vrije ruimte. Vanwege het thuiswerken kan het zo zijn dat uw werknemers bepaalde kosten niet meer maken. Zonder nadere maatregelen zou u dan na 6 weken moeten beoordelen of de kosten nog steeds worden gemaakt. Als dat niet geval is, dan zou u de vergoeding voor deze kosten moeten stopzetten, belasten of ten laste van de vrije ruimte moeten brengen. Ook voor deze kosten wordt voor heel 2020 goedgekeurd dat u mag uitgaan van de feiten waar de vergoeding op is gebaseerd en dus geen rekening hoeft te houden met gewijzigde kosten als gevolg van de coronamaatregelen.

Transitievergoeding is loon uit vroegere arbeid – maar mag somstoch in vrije ruimte

Een transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking. De rechter heeft dit onlangs weer eens bevestigd. Nadeel hiervan is dat u de transitievergoeding daarom niet kunt aanwijzen als eindheffingsloon en u het niet ten laste van de vrije ruimte kunt brengen. De Belastingdienst maakt hierop echter een uitzondering. Als u de transitievergoeding betaalt, samen met loon waarop de arbeidskorting van toepassing is, mag u de transitievergoeding toch aanwijzen als eindheffingsloon. Wel moet er worden voldaan aan de gebruikelijkheidstoets.

Loon uit vroegere dienstbetrekking
De hoogste rechter – de Hoge Raad - heeft over het onderscheid tussen inkomsten uit tegenwoordige arbeid en inkomsten uit vroegere arbeid meerdere uitspraken gedaan. Daaruit blijkt dat een ontslag- of transitievergoeding geen rechtstreekse beloning vormt voor bepaalde of in een bepaald tijdvak verrichte arbeid en ook geen onmiddellijke tegenprestatie vormt voor die arbeid. Daardoor is de vergoeding loon uit vroegere arbeid.

Gebruikelijkheidstoets
Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen kunt u aanwijzen als eindheffingsloon, mits u daarmee niet meer dan 30% afwijkt van wat gebruikelijk is. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar, vindt de Belastingdienst gebruikelijk. U moet wel nagaan of aanwijzen redelijk is. Dit is niet het geval voor stagiairs en werknemers met een lager loon dan het minimumloon.

Voorbeeld
Wanneer mag u een transitievergoeding aanwijzen als eindheffingsloon? Neem het voorbeeld waarin u een transitievergoeding van € 2.000 verschuldigd bent aan een werknemer. U betaalt deze tegelijkertijd met de resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag. Het loon van de werknemer is hoger dan het minimumloon. De resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag zijn loon uit tegenwoordige arbeid, waarop de arbeidskorting van toepassing is. U betaalt dit samen met de transitievergoeding. U mag de transitievergoeding daarom – als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan – aanwijzen als eindheffingsloon.

Thuiswerken vermindert ook reisaftrek niet

Werknemers die gebruikmaken van de reisaftrek voor woon-werkverkeer in het openbaar vervoer, opgelet! Omdat u zoveel mogelijk thuis moet werken, hebt u eigenlijk minder recht op reisaftrek, terwijl uw kosten van uw ov-abonnement mogelijk gewoon doorlopen. Daarom wordt goedgekeurd dat u de reisaftrek in de aangifte inkomstenbelasting over 2020 mag toepassen alsof u uw reispatroon van voor de coronacrisis heeft voortgezet. Voorwaarde daarbij is dat uw reiskosten niet gewijzigd zijn.

Tips voor elke belastingbetaler

Langer versoepelde fiscale regels tijdens betaalpauze hypotheek

Sinds de uitbraak van de coronacrisis gelden er versoepelde fiscale regels in het geval u een betaalpauze voor rente en aflossing hebt afgesproken met uw bank of andere hypotheekverstrekker. Onlangs is de werking van deze versoepelde regels verlengd tot 31 december 2020 in verband met de aanhoudende coronacrisis. Daarnaast is de maximale duur van de betaalpauze verlengd van maximaal zes naar twaalf maanden. De betaalpauze moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen om de versoepelde fiscale regels te mogen toepassen:

  1. u hebt in de periode 12 maart 2020 tot en met 31 december 2020 bij uw geldverstrekker gemeld dat u (dreigende) betalingsproblemen hebt door de uitbraak van het coronavirus;
  2. u en uw geldverstrekker zijn daarom een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 januari 2021 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd;
  3. de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal twaalf maanden.

Let op
Leent u van een niet-administratieplichtige – bijvoorbeeld familie of uw eigen bv – dan gelden aanvullende voorwaarden. Uw adviseur kan u daarover informeren.

Een levenstestament: wie heeft dat nog niet?

Veel mensen hebben een testament. Daarin regelt u wie uw erfgenamen zijn en wie als executeur uw nalatenschap mag afwikkelen. Ook kunt u in uw testament regelen dat geldbedragen of goederen bij bepaalde personen of instellingen terechtkomen, of dat uw bedrijf bij de juiste opvolger terechtkomt. Maar wat gebeurt er als u bij leven wat overkomt, waardoor u niet meer uw eigen belangen kunt behartigen? Denk bijvoorbeeld aan dementie of de gevolgen van een ongeval of beroerte. Uw dierbaren willen uw zaken dan vast graag behartigen, maar lopen gegarandeerd tegen problemen op, als u hier op voorhand niets over hebt vastgelegd.

Wie mag welke belangen behartigen
Als u uw zaken niet meer zelf kunt behartigen, biedt de wettelijke regeling van bewindvoering en mentorschap uitkomst. Maar daar zitten wel de nodige beperkingen aan, zoals goedkeuring van de kantonrechter voor uitgaven boven een bepaald bedrag. Wilt u voorkomen dat deze wettelijke regeling op een gegeven moment ingeroepen moet worden, dan doet u er verstandig aan om een levenstestament op te stellen. Daarin bepaalt u wie uw belangen mag behartigen met bijbehorende bevoegdheden en beperkingen. Een levenstestament bestaat over het algemeen uit twee volmachten: een voor de financiële belangen en een voor de medische en persoonlijke belangen. U kunt een of meerdere (vertrouwens)personen aanwijzen. Voor de financiële zaken kan dat ook best iemand anders zijn dan de aangewezen persoon voor de medische en persoonlijke zaken.

Tip
Het opstellen van een volmacht is in beginsel vormvrij, maar het vastleggen ervan in een notariële akte heeft meerwaarde. De notaris moet namelijk vaststellen dat u op het moment van het tekenen van de volmacht wilsbekwaam bent. Die controle is er niet bij een onderhandse volmacht. In veel notarispraktijken is het levenstestament op dit moment de akte die het meest gepasseerd wordt.

Opbrengst uit tijdelijk verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

Verhuur van tuinhuisjes via Airbnb is fiscaal minder aantrekkelijk dan gedacht. Nederlands hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft onlangs geoordeeld dat de opbrengst uit de tijdelijke verhuur van een tuinhuisje via Airbnb belast is in box 1. Daarom moet 70% van de (netto-) opbrengst bovenop het eigenwoningforfait geteld worden. Eerder hadden lagere rechters nog geoordeeld dat deze 70%-bepaling niet van toepassing was omdat slechts een deel van de eigen woning werd verhuurd. De wettekst is onduidelijk, maar de Hoge Raad overwoog dat het de bedoeling van de wetgever was om de opbrengsten uit de tijdelijke verhuur – van zowel de gehele woning als een gedeelte daarvan – te belasten in box 1. Het tuinhuisje blijft onderdeel van de eigen woning tijdens de tijdelijke verhuurperiodes. Overigens neemt de Belastingdienst steeds vaker het standpunt in dat opbrengsten uit (tijdelijke) verhuur via Airbnb moeten worden belast als resultaat uit overige werkzaamheid (ook belast in box 1, maar dan voor de gehele (netto-) opbrengst).

Volmacht beter dan een en/of-rekening

Wie een dagje ouder wordt, vindt het wellicht fijn om ondersteuning te krijgen bij financiële zaken. Zo komt het regelmatig voor dat een (alleenstaande) ouder zijn of haar bankrekening deelt met een kind via een en/of-rekening. Er zijn banken die dat ook jarenlang hebben geadviseerd. Een en/of-rekening is een gezamenlijke rekening, waarbij beide rekeninghouders geld kunnen storten of opnemen en betalingen kunnen doen. Dit lijkt op het eerste gezicht handig, maar kan tot onverwachte gevolgen leiden.

De keerzijde
Een en/of-rekening staat weliswaar op twee namen, maar dit zegt niets over wie de eigenaar is van het saldo op die rekening. Dat is namelijk niet zonder meer 50%-50%. Dit is niet alleen lastig bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting van de rekeninghouders, maar ook bij overlijden. Bij overlijden moet namelijk aan de hand van de bankmutaties worden nagegaan van wie het saldo op de rekening is en welk deel van dat saldo in de nalatenschap valt. Zo liet een moeder haar rekening omzetten in een en/of-rekening met haar dochter. De dochter overleed echter eerder dan haar moeder en had meer schulden dan bezittingen. Vervolgens ontstond er discussie of het geld van de gezamenlijke rekening (het spaargeld van moeder) gebruikt mocht worden om de schulden te betalen.

Tip
Veel beter dan een en/of-rekening is een bancaire volmacht. De rekening blijft dan op naam van de ouder staan, maar het kind krijgt toestemming om betalingen te doen. U kunt zelfs nog verder gaan, door een financiële notariële volmacht op te stellen of een levenstestament.

Einde uitstel publicatieplicht anbi-gegevens 2019 nadert

Een algemeen nut beogende instelling (anbi) kreeg vanwege de coronacrisis maximaal vier maanden langer de tijd om haar jaarstukken over 2019 elektronisch te publiceren. Een anbi met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar kreeg hiervoor dus uitstel tot uiterlijk 1 november 2020. Daar werden wel twee voorwaarden aan verbonden. Het bestuur van de anbi moest uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging van de publicatieplicht op de website publiceren. Daarnaast moet uit het bestuursbesluit blijken waarom de financiële gegevens niet binnen de gebruikelijke 6-maandstermijn konden worden gepubliceerd.

Let op
Een anbi die haar jaarcijfers niet tijdig publiceert, loopt het risico de anbi-status met terugwerkende kracht te verliezen. Hierdoor vervallen de fiscale faciliteiten voor de anbi én haar begunstigers.

Als u vragen en/of opmerkingen heeft over bestaande nieuwsartikelen neem hierover dan vrijblijvend contact met ons op
+31 20 - 644 75 41 of per e-mail op info@spaargarenaccountants.nl

© 2020 Spaargarenaccountants