Nieuwsbrief december 2020

Hieronder treft u alle artikelen uit de nieuwsbrief december 2020

Tips voor de ondernemer

Vraag of verleng tijdig uitstel van betaling

Tot 1 januari 2021 kunt u bijzonder uitstel van betaling aanvragen vanwege de coronacrisis, zonder dat daarvoor aanvullende voorwaarden gelden. U krijgt dan uitstel voor de betaling van de onbetaalde belastingen, waar-voor u vanaf 12 maart 2020 aangifte hebt gedaan en/
of aanslagen hebt ontvangen. Hebt u al uitstel gekregen en eindigt dit voor het einde van dit jaar, dan kunt u dat uitstel tot en met 31 december 2020 laten verlengen 
als u nog steeds in financieel zwaar weer verkeert door de voortdurende coronacrisis. Voor deze verlenging gelden wel aanvullende voorwaarden. U hoeft pas vanaf 1 juli 2021 te beginnen met het aflossen van de tot eind 2020 opgebouwde belastingschuld. U mag daar dan 36 maanden (tot uiterlijk 1 juli 2024) over doen. Dat is 12 maanden langer dan eerst was voorgesteld. In het voor-jaar van 2021 krijgt u een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. 

Let op! 
Als u bijzonder uitstel van betaling hebt aangevraagd, moet u wel op tijd aangifte blijven doen!

Benut de bestaande zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.030) wordt 
– als ook de Eerste Kamer hiermee instemt – vanaf volgend jaar verder afgebouwd. Tot en met 2027 met
€ 360 per jaar en in 2028 met € 390. In 2021 bedraagt de zelfstandigen aftrek maximaal € 6.670.
Na 2028 daalt de aftrek met € 110 per jaar, zodat de aftrek uiteindelijk in 2036 nog maximaal € 3.240 bedraagt. Vorig jaar werd nog beslist dat de zelfstandigenaftrek niet verder zou worden verminderd dan tot € 5.000 in 2028.

Check uw voorlopige aanslag

Maakt u bijvoorbeeld door de coronacrisis minder winst en heeft u daarom de Belastingdienst verzocht om uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting te verminderen? Dan betekent dit dat u maandelijks minder belasting betaalt. Maar als achteraf blijkt dat uw inschatting van de winst over 2020 te voorzichtig was, dan heeft u te weinig belasting betaald en moet u bij de definitieve aanslag inkomstenbelasting bijbetalen. Zeker in het geval u in de loop van het jaar toch weer winst hebt gemaakt, doet u er verstandig aan om uw voorlopige aanslag te (laten) controleren en mocht dat nodig zijn de Belastingdienst  te verzoeken om de aanslag opnieuw bij te stellen.  
Zo voorkomt u dat u bij de definitieve aanslag moet bij -betalen, eventueel verhoogd met 4% belastingrente. 

Anticipeer op verhoging OVB bij aankoop bedrijfspand

Koopt u in 2020 een bedrijfspand, dan bent u over de koopsom 6% overdrachtsbelasting (OVB) verschuldigd.  Als de Eerste Kamer instemt met de voorgestelde tariefs-verhoging, dan gaat dit OVB-tarief volgend jaar omhoog naar 8%. Dat is 1% meer dan waartoe vorig jaar al was besloten. Bent u van plan om te investeren in vastgoed, overweeg dan om dat dit jaar nog te doen. Daarmee kunt u veel geld besparen. Er is wel haast geboden, want u moet ervoor zorgen dat het pand in 2020 nog aan u is overgedragen én geleverd.

Langer Tozo aanvragen zonder vermogenstoets

De coronacrisis duurt voort en daarom kunt u nog tot  
1 juli 2021 gebruikmaken van de Tijdelijke overbruggings-regeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3.0), mits u aan de voorwaarden voldoet. Tozo 3.0 bestaat – net als Tozo 1.0 en Tozo 2.0 – uit een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum en een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. U kunt Tozo 3.0 aanvragen bij uw woongemeente. Voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 kunt u de inkomens-aanvulling aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd. Vanaf 1 april 2021 wordt met de invoering van de vermogenstoets Tozo 3.0 weer geleidelijk omgezet naar de reguliere bijstands-verlening voor zelfstandig ondernemers. Deze regeling is vastgelegd in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz biedt een vangnet voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten en voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen. 

Maak nog maximaal gebruik van de TVL

U kunt naast de Tozo 3.0 ook tot 1 juli 2021 nog gebruik-maken van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), mits u aan de voorwaarden voldoet. Deze belastingvrije tegemoetkoming bedraagt maximaal € 90.000 per bedrijf per drie maanden. Tot het einde van dit jaar kunt u nog maximaal gebruikmaken van deze tegemoetkoming bij een omzetverlies van 30%. Vanaf 1 januari 2021 wordt de omzetdervingsgrens tot 1 april 2020 verhoogd naar 40%. Daarna tot en met 30 juni 2021 gaat deze grens verder omhoog naar 45%. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt maximaal 50%.

Tijdig aanvragen
De tegemoetkoming is steeds per drie maanden aan  
te vragen. Aanvragen voor de periode 1 oktober t/m  
31 december 2020 kunt u nog tot en met 29 januari 2021 indienen bij de RVO met eHerkenning niveau 1 (of hoger) of uw DigiD. U kunt de aanvraag ook uitbesteden aan uw adviseur, mits u hem of haar daartoe hebt gemachtigd met een ketenmachtiging.

Let op!
De TVL is sinds kort opengesteld voor álle bedrijven. Was u uitgesloten van deze regeling, dan kunt u nu wel een aanvraag indienen als u aan de voorwaarden voldoet. Maar let op, deze uitbreiding geldt alleen voor het laatste kwartaal van 2020!

Extra tegemoetkoming voor voorraad- en aanpassingskosten horeca
Hebt u een horecabedrijf, dan hebt u waarschijnlijk voorraden aangelegd die u door de verplichte sluiting niet meer kunt gebruiken. Ook hebt u mogelijk investe-ringen gedaan om in de winter te kunnen voldoen aan de RIVM-regels, zodat u ook dan helemaal coronaproof bent. Denk bijvoorbeeld aan het overkappen van uw terras. 
Nu u tijdelijk verplicht gesloten bent, kunt u voor deze uitgaven een extra tegemoetkoming krijgen van ongeveer 2,75% van het verlies aan omzet. Gemiddeld gaat het om € 2.500. U kunt deze extra tegemoetkoming aanvragen via de TVL-aanvraag. 

Extra steun evenementenbranche
Heel veel evenementen zijn door de coronacrisis 
niet doorgegaan. Muziek- en dancefestivals, maar 
ook bloemen corso’s en kermissen werden massaal afgeblazen. De evenementenbranche is vaak seizoens-gebonden; voor haar omzet is zij grotendeels afhankelijk van de zomermaanden. Dat levert schommelingen op 
in de omzet die een vertekend beeld kunnen geven bij de berekening van de TVL. Daarom kan er een eenma-lige extra vergoeding worden gekregen, die is gebaseerd op de TVL-vergoeding van de zomer. Dat levert evenementen ondernemers gemiddeld ongeveer  
€ 14.000 extra vergoeding op. 

Herinvesteren of desinvesteren of juist niet?

Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd van de winst bij verkoop van een bedrijfsmiddel? Controleer dan of dit jaar het laatste jaar is, waarin u de reserve moet gebruiken. Dat moet immers binnen drie jaar na het jaar waarin u de herinvesteringsreserve hebt gevormd. Is dat het geval, zorg er dan voor dat u dit 
jaar nog investeert en voorkom dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.

Uitzondering
Er bestaat hierop een uitzondering, waar u dit jaar mogelijk baat bij heeft. U wordt namelijk niet strikt aan de herinvesteringstermijn van drie jaar gehouden, als u al een begin van uitvoering hebt gegeven aan de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel of al voortbrengingskosten hebt gemaakt, maar de uitvoering is vertraagd door een 
bijzondere omstandigheid. De coronacrisis kwalificeert doorgaans namelijk als bijzondere omstandigheid.  

Desinvesteren of niet
Hebt u bedrijfsmiddelen waarvoor u investeringsaftrek hebt gehad, voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. Daarmee krijgt u te maken als u deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na het begin van het jaar, waarin u de aftrek hebt geclaimd. Ook als u binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk te stellen is – u brengt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel over naar uw privévermogen – krijgt u hiermee te maken.

Actiepunt
Check altijd eerst de investeringsdatum, voordat u tot des -investeren overgaat. Wellicht moet u dat pas in 2021 doen.

KOR of niet?

Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder admini- stratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Om per 1 januari 2021 deel te nemen aan deze regeling, moet uw aanmelding uiterlijk 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst.

Afwegingen
Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen, dan is deelname meestal niet interessant. Ook als uw omzet ieder jaar sterk wisselt en u niet zeker bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft, is deel-name niet verstandig. Zodra uw omzet in een kalenderjaar namelijk boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer deelnemen.  
Laat u bij uw afwegingen adviseren door een btw- adviseur.

Anticipeer op aftrekvermindering

Sinds dit jaar wordt de ondernemersaftrek beperkt voor ondernemers met een inkomen in de hoogste belastingschijf (meer dan € 68.507). Tot de ondernemers aftrek worden gerekend: de zelfstan-digenaftrek, de aftrek speur- en ontwikkelingswerk, de meewerk aftrek, de startersaftrek bij arbeidsonge-schiktheid, de stakingsaftrek, de mkb-winstvrijstelling en de tbs-vrijstelling. Al deze aftrekposten zijn dit jaar nog aftrekbaar tegen 46%, maar in 2021 nog maar tegen 43%. Dit percentage gaat jaarlijks met 3% omlaag, zodat in 2023 al deze aftrekposten nog slechts aftrekbaar zijn tegen het tarief van de eerste schijf van 37,03%.

Actiepunt
Heeft u inkomen dat wordt belast in de hoogste belastingschijf, zorg er dan voor dat u dit jaar zo maxi-maal mogelijk profiteert van de ondernemersaftrek. Wellicht kunt u aftrekposten naar voren halen. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden.

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is ook zinvol om voor het optimaal benutten van  de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of  u  bepaalde investeringen nog in 2020 moet doen of dat
u die beter kunt doorschuiven naar 2021. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u  tussen € 2.400 en € 58.238, dan krijgt u hierover 28%KIA.
U kunt voor een totale investering tussen € 58.238 en € 107.848 een vast bedrag claimen van € 16.307.
Voor investeringen van in totaal tussen € 107.848 en
€ 323.544 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 323.544 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

Einde overgangsperiode Brexit nadert: bent u klaar voor 2021?

De Brexit was op 29 januari jl. een feit, maar er is een overgangsregeling overeengekomen die ervoor zorgt dat er dit jaar nog weinig verandert. Maar deze overgangs-regeling eindigt aan het eind van het jaar ongeacht of 
er wel of niet nog een handelsakkoord wordt gesloten tussen de EU en het VK. Dit betekent dat het VK een derde land zal zijn voor de EU, waarvoor andere regels gelden dan voor een EU-lidstaat. Douaneformaliteiten zullen meer kosten met zich meebrengen en het zal naar verwachting ook meer tijd in beslag nemen om goederen van de EU naar het VK en andersom te vervoeren. 
Ook is het niet ondenkbaar dat er douanerechten en quota komen op de goederenstroom tussen het VK en de EU-lidstaten. Feit is dat u zich op het einde van de overgangs regeling moet voorbereiden.

Vraag artikel 23-vergunning aan
Importeert u veel goederen uit het VK? Vraag dan een zogenoemde ‘artikel 23-vergunning’ aan. Die vergunning gebruikt u bij import uit een niet-EU-land. Zoals het er nu naar uitziet, wordt het VK vanaf 1 januari 2021 een niet-EU-land (derde land). Bent u in het bezit van een artikel 23-vergunning, dan hoeft u de btw op de geïmporteerde goederen uit het VK niet bij de inklaring aan de douane te betalen. Die btw wordt dan verlegd naar uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw dan als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op!
Noord-Ierland behoort tot het VK. Hoewel Noord-Ierland in juridische zin de EU heeft verlaten, blijven de btw- regels van de EU daar ook na 1 januari 2021 gelden.

Actiepunt
Wilt u weten of, en wat u precies moet regelen om goed voorbereid 2021 in te gaan, kijk dan op het Brexitloket.nl. Daar vindt u onder meer de Brexit-impact-scan, waarmee u kunt nagaan welke gevolgen de Brexit heeft voor uw bedrijf en of u op koers ligt met de voorbereidingen.

Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn

Heeft u in het verleden verliezen geleden, dan kunt u die in de inkomstenbelasting verrekenen met winsten van de voorafgaande 3 jaar of met de winsten van de 9 volgende jaren. Dit betekent dat verliezen uit 2011 na 31 december 2020 niet meer verrekenbaar zijn. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld door omzet naar voren te halen, stille reserves in bedrijfsmiddelen te realiseren of uitgaven uit te stellen. Uw adviseur kan voor u onderzoeken welke mogelijkheden u nog heeft.

Einde openstelling Klein krediet corona (KKC) in zicht

U kunt als MKB-ondernemer gebruikmaken van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) als uw krediet-behoefte tussen de € 10.000 en € 50.000 ligt. De overheid staat met deze garantieregeling voor 95% borg voor de leningen van financiers aan in Nederland gevestigde MKB-bedrijven. U komt voor deze regeling in aanmerking als uw bedrijf aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • een omzet vanaf € 50.000;
  • voldoende winstgevend zijn geweest
    voor de corona-crisis;
  • op 1 januari 2019 ingeschreven zijn bij
    de Kamer van Koophandel.

De financiers die de KKC aanbieden mogen hiervoor aan u maximaal 4% van het kredietbedrag aan kosten in reke-ning brengen. U betaalt daarnaast eenmalig 2% premie aan de overheid. De maximale looptijd van het KKC is 5 jaar. De KKC loopt tot 1 januari 2021 en loopt via uw geld-verstrekker. Hij of zij kan tot uiterlijk 15 december 2020 kredietaanvragen indienen bij de RVO.

Deadline uitgebreide GO-regeling nadert

De Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO- regeling) is tot 1 januari 2021 uitgebreid met de Garantie ondernemingsfinanciering uitbraak coronavirus (GO-C). Deze regeling is bedoeld om bedrijven te voorzien van werkkapitaal of liquiditeiten om investeringen te kunnen doen. Uw MKB-bedrijf komt alleen voor de regeling in aanmerking als u op 31 december 2019 financieel gezond was. De overheid staat garant voor maximaal 90% van  
de (niet achtergestelde) lening aan uw onderneming.  
De leningen en garanties hebben een looptijd van zes jaar en bedragen minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen. De hoogte van de lening wordt bepaald op basis van uw loonsom (2x), omzet (25%) of liquiditeitsplanning. U moet de lening per kwartaal aflossen, waarbij de eerste aflossing van een MKB-onderneming uiterlijk moet plaats-vinden 18 maanden na de verstrekking. De GO-C-regeling loopt via uw geldverstrekker, die tot  15 december 2020 aanvragen kan indienen bij de RVO. 

Pas tijdig uw franchiseovereenkomst aan

Vanaf 1 januari 2021 treedt de nieuwe Wet franchise 
in werking. Alle franchiseformules, franchisegevers, franchise nemers en de franchiseovereenkomsten zullen dan moeten voldoen aan de bepalingen uit deze nieuwe wet. Zo verplicht de nieuwe wet franchisegevers om informatie te verstrekken aan de franchisenemer vóór en na het sluiten van de franchiseovereenkomst. De fran-chisenemer heeft de plicht om de franchisegever tijdig te informeren over zijn financiële positie. Ook moet hij of zij vóór het sluiten van de overeenkomst zelf onderzoek verrichten en zich eventueel laten begeleiden door een deskundige.

Betere bescherming franchisenemer
De franchisenemer wordt vanaf 1 januari 2021 beter beschermd, doordat in de wet een bedenktijd van vier weken is opgenomen vanaf het moment van ontvangst van alle relevante gegevens en het sluiten van de franchise overeenkomst. Ook moet de franchisegever de franchisenemer informeren over voorgenomen wijzigingen in de franchiseformule en kan hij of zij deze niet eenzijdig zonder overleg met de franchisenemer doorvoeren als 
de wijziging nadelige gevolgen heeft voor de franchise-nemer. In de franchiseovereenkomst moet vastliggen dat wijzigingen van de overeenkomst alleen zijn toegestaan na voorafgaande overeenstemming en dat deze schriftelijk moeten zijn overeengekomen. Ook moet er een speci-fieke bepaling zijn opgenomen over de vaststelling van de ‘goodwill’-vergoeding.

Een andere belangrijke verbetering is dat de beperking van concurrerende activiteiten na afloop van de franchise- overeenkomst, aan banden wordt gelegd. Dit postcon-tractuele non-concurrentiebeding moet schriftelijk zijn vastgelegd en mag alleen betrekking hebben op goederen en/of diensten die concurreren met de goederen en/of diensten, waar de franchiseovereenkomst betrekking op heeft. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

  • de duur van de beperking is maximaal 1 jaar na het einde van de franchiseovereenkomst;
  • de geografische reikwijdte wordt beperkt tot het gebied waarbinnen de franchisenemer de formule van de franchisegever op grond van de franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd; en
  • de beperking moet nodig zijn om de aan de franchise-nemer overgedragen kennis te beschermen.

Bestaande én nieuwe overeenkomsten
De wijzigingen gelden voor bestaande én voor nieuwe overeenkomsten. Voor franchiseovereenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van de Wet franchise zijn gesloten, geldt een overgangsperiode van 2 jaar voor de bepaling inzake het postcontractuele non-concurrentiebeding, de goodwill-vergoeding en de instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchise-formule. Voor de rest moeten dus ook bestaande overeenkomsten per 1 januari 2021 voldoen aan de Wet franchise. Nieuwe overeenkomsten moeten direct volledig voldoen aan de wet.

Actiepunt
Maakt u gebruik van een franchiseovereenkomst, 
zorg er dan voor dat u de bepalingen in de franchise-overeenkomst tijdig hebt aangepast.

Tips voor de DGA

Benut de fiscale coronareserve

De geschatte coronaverliezen van 2020 in de vennoot-schapsbelasting mag uw bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou uw bv het verlies van 2020 pas kunnen verrekenen met de winst van 2019 bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020, dus pas in 2021 of nog later. Deze corona-maatregel moet bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van uw bedrijf. 

Pas op voor verliesverdamping
De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermin-dert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor mogelijk nooit meer verrekend worden met toekomstige winst. Laat daarom een deskundige de toevoeging aan de corona reserve zodanig vaststellen dat deze verlies-verdamping wordt voorkomen.

In 2020 lager gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon dat u als dga geacht wordt te genieten uit uw bv, wordt normaliter ten minste gesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienst-betrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn; 
  • € 46.000.

Slechts in heel bijzondere situaties kan een lager loon worden gehanteerd. Maar in 2020 wordt hierop vanwege de coronacrisis een uitzondering gemaakt bij veel omzet-verlies. Als de bedrijfsresultaten (de omzet exclusief btw) door de coronacrisis zijn verslechterd, mag u een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen. 

Let op!
Houd er wel rekening mee dat als achteraf de impact op het bedrijfsresultaat blijkt mee te vallen, de Belastingdienst het standpunt kan innemen dat het gebruikelijk loon niet kan worden verlaagd.

Tarief vennootschapsbelasting weer gewijzigd

U gaat in 2021 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat namelijk omlaag van 16,5% naar 15%. Bovendien  wordt die schijf in 2021 verlengd van een jaarwinst van  
€ 200.000 naar € 245.000. In 2022 wordt de schijf verder verlengd naar € 395.000 jaarwinst. De verlaging van het hoge Vpb-tarief (25%) in de tweede schijf naar 21,7% gaat niet door.

Met name als uw winst daardoor onder de € 200.000 blijft, heeft het uitstellen van winst op korte termijn zin. Als u verwacht dat uw winst dit jaar net boven de grens van € 200.000 zal uitkomen, is het zinvol om dit jaar uw winst te verlagen. U betaalt dan immers 16,5% in plaats van 25% vennootschapsbelasting. U kunt wellicht omzet uitstellen of investeringen naar voren halen (dit leidt op zich niet direct tot lagere winst, maar wel indirect doordat u KIA kunt claimen).

Is verbreken fiscale eenheid voordelig?

Behoort uw bv tot een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting? In dat geval kan het vanwege de tariefstructuur voordelig zijn om deze te verbreken. Winst boven € 245.000 wordt volgend jaar belast met 25% vennootschapsbelasting, daaronder met 15%. In de fiscale eenheid worden alle winsten en verliezen van de deelnemende vennootschappen samen-gevoegd en belast bij één vennootschap (de moedervennootschap). Die winst - en dus de vennootschapsbelasting - kan hoger zijn dan wanneer alle bv’s zelfstandig worden belast. 

Profiteer van laag Vpb-tarief innovatiebox

Bent u een innovatieve ondernemer? In dat geval kunt u mogelijk gebruikmaken van de innovatiebox. De voor-delen uit octrooien en/of immateriële activa in deze box zijn nu nog belast tegen een effectief vennootschaps-belastingtarief van maximaal 7%. Als de Eerste Kamer hiermee instemt, zal dit effectieve Vpb-tarief voor de inno-vatiebox in 2021 worden verhoogd naar maximaal 9%.

Check of u minder moet afschrijven op uw bedrijfspand

Sinds 1 januari 2019 mag u in de vennootschapsbelasting op gebouwen in eigen gebruik ten laste van uw winst afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde. Vóór 2019 kon u meer afschrijven, namelijk nog tot 50% van de WOZ-waarde van het bedrijfspand. Maar was u vóór 2019 al begonnen met afschrijven op een pand in eigen gebruik en had u dat nog geen 3 jaar gedaan, dan geldt een over-gangsregeling. U mag dan volgens de oude regels blijven afschrijven, totdat u 3 hele jaren hebt afgeschreven. Bent u in 2018 begonnen met afschrijven over een pand in eigen gebruik, dan mag u dat dit jaar nog volgens de oude regels doen. Check daarom of u (nog) aan deze voor-waarde voldoet.

Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting

Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2021, zodat uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Als uw bv na afloop van het jaar vennoot-schapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt uw bv het risico daarover 8% belastingrente in rekening gebracht te krijgen. Tot eind volgend jaar is dit percentage nog 4%, maar daarna gaat het percentage namelijk weer terug naar het oude niveau van 8%.

Actiepunt
Laat ook controleren of u over 2020 voldoende vennoot-schapsbelasting hebt betaald. Misschien doet uw bedrijf het beter dan u begin 2020 had verwacht en is uw winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag.

AB-tarief verder omhoog – dividend uitkeren of juist niet

In 2021 gaat het tarief waarmee dividenduitkeringen uit uw bv worden belast (het ab-tarief) verder omhoog van 26,25% naar 26,9%. Toch is het daarom vervroegd uitkeren van dividend, niet altijd voordelig. Het tariefvoordeel kan namelijk (deels) tenietgaan als het uitgekeerde dividend vervolgens tot uw privévermogen gaat behoren, waardoor u meer box-3-heffing moet betalen. Hoeveel meer hangt af van de omvang van uw box-3-vermogen en van het feit of u spaart of belegt.

Het uitkeren van dividend kan wel voordelig zijn als u de uitkering dit jaar nog besteedt of als u er uw lening of rekening-courant bij uw bv mee aflost. Bent u van plan om dividend vervroegd uit te laten keren, laat dan eerst een fiscaal adviseur de gevolgen daarvan in kaart brengen.

Actiepunt
Zijn uw schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij uw eigen bv hoger dan € 500.000? Zorg er dan voor dat u   Actiepunt u  Zijn uw schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij uw eigen bv hoger dan € 500.000? Zorg er dan voor dat u de schuldenlast vóór 2023 zo veel als mogelijk heeft teruggebracht tot maximaal € 500.000. Vanaf 2023 wordt het meerdere boven € 500.000 belast als ab-voordeel!

Voorkom onverrekenbaar ab-verlies

Verliezen uit een aanmerkelijk belang (ab) die vanaf 2019 zijn ontstaan, zijn nog 6 jaar verrekenbaar met toekomstige ab-winst, bijvoorbeeld met toekomstige dividend-uitkeringen of winst bij verkoop van uw ab-aandelen. Voor ab-verliezen uit 2018 en eerdere jaren blijft de oude termijn van 9 jaren gelden. De achterwaartse verliesverrekening is 1 jaar. Een ab-verlies uit 2011 is dus na 31 december 2020 niet meer verrekenbaar. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verre-kenen. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden die u daartoe heeft.

Actiepunt
Heeft u een onverrekenbaar ab-verlies in box 2, omdat u geen aanmerkelijk belang meer heeft? U kunt dan in de 9 jaren na het jaar waarin u het ab-verlies hebt geleden, het ab-verlies laten omzetten in een belastingkorting in box 1. Deze korting kunt u – na een wachttijd - verrekenen met de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen in box 1.

Herfinancier uw hypotheek bij uw bv

Herfinancier uw   hypotheek bij uw bv Heeft u in privé een eigenwoningschuld met een hoge rente en heeft uw bv overtollige liquidi-teiten? In dat geval kan het herfinancieren van de bankschuld bij uw eigen bv fiscaal voordelig zijn. Zorg wel dat uw eigenwoninglening op zakelijke afspraken is gebaseerd. Vraag uw adviseur om uit te zoeken of herfinanciering bij uw eigen bv voor u voordelig is.

Duur ODV-uitkering aanpassen?

Hebt u uw pensioenrechten bij de eigen bv voorheen omgezet in een oudedagsverplichting (ODV)? De waarde van de ODV wordt in beginsel uitgekeerd in 20 jaar vanaf uw AOW-gerechtigde leeftijd. U moet de ODV-uit-keringen uiterlijk 2 maanden na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd laten ingaan. Het is toegestaan om de ODV-uitkering maximaal 5 jaar eerder te laten ingaan. De uitkeringsduur wordt daardoor maximaal 5 jaar langer en de maandelijkse ODV-uitkeringen dus lager. De AOW-leeftijd stijgt echter sinds dit jaar minder snel dan eerst was bepaald. In 2021 gaat de AOW-gerech-tigde leeftijd daardoor 8 maanden eerder in dan eerst was bepaald, namelijk bij 66 jaar en 4 maanden in plaats van 67 jaar. Heeft u de ODV-uitkering vóór 2020 laten ingaan? Dan bent u voor de duur van de ODV-uitkering waarschijnlijk uitgegaan van de oude bepaling. U mag dan eenmalig de duur van de ODV-uitkering aanpassen aan de eerdere AOW-gerechtigde leeftijd. Hierdoor wordt de uitkeringsduur korter en worden uw maandelijkse ODV-uitkeringen hoger.

Actiepunt
De ODV-verplichting op de balans van uw bv moet jaar-lijks worden opgerent met het zogenoemde gemiddelde U-rendement van het afgelopen jaar. Dit rendement is negatief. U moet dus de ODV-verplichting laten verlagen!

Laat aftrekbaar liquidatieverlies niet verloren gaan

Zorg dat de jaarrekening 2019 tijdig wordt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. De uiterste termijn daar-voor is 31 december 2020. Voor een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar gelden de volgende regels. Het bestuur moet binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening opmaken en voorleggen aan de aandeel-houders. De aandeelhouders kunnen het bestuur hiervoor onder bijzondere omstandigheden maximaal 5 maanden uitstel verlenen, dus tot 31 oktober. Daarna hebben de aandeelhouders 2 maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen. De uiterste datum voor deponering van de jaarrekening 2019 is dus 31 december 2020.

Actiepunt
Zijn alle aandeelhouders ook bestuurder (of commis-saris) – bijvoorbeeld als u directeur- enig aandeelhouder bent – dan geldt een belangrijke uitzondering als u niets nader regelt. In dat geval wordt de jaarrekening al vastgesteld, zodra u deze hebt ondertekend. U moet de jaarrekening vervolgens binnen 8 dagen na de vaststel-ling van de jaarrekening deponeren. Als dit niet uiterlijk 8 november jl. is gelukt, zorg dan dat u dit zo spoedig mogelijk alsnog doet. Wilt u deze wettelijke uitzondering voorkomen, dan kunt u daarvan expliciet afwijken in de statuten van uw bv. 

Zorg voor tijdige deponering jaarrekening 2019

Neemt uw vennootschap deel in een andere vennoot-schap, dan worden de winsten of verliezen die met deze deelneming verband houden niet meegeteld in de winst van uw vennootschap. Op deze deelnemingsvrijstelling geldt één uitzondering voor de aftrekbaarheid van verliezen, wanneer de deelneming wordt geliquideerd.  
In dat geval is het liquidatieverlies – onder voorwaarden –  wèl aftrekbaar van de winst. Eén van die voorwaarden is dat de vereffening voltooid moet zijn. Wilt u het liquidatie-verlies nog in 2020 in aftrek brengen, zorg er dan voor dat de vereffening in 2020 is afgerond.

Actiepunt
Wilt u in 2021 uw bv liquideren? In dat geval kunt u in een aandeelhoudersbesluit vóór 31 december 2020 vastleggen dat u het boekjaar wilt verlengen tot de liquidatiedatum. U hoeft dan maar één aangifte vennoot-schapsbelasting te (laten) maken over het boekjaar 2020 tot en met de liquidatiedatum.  Beperking aftrek liquidatieverlies 
In de aftrekbaarheid van een liquidatieverlies komt waar-schijnlijk vanaf 1 januari 2021 verandering, als de Eerste Kamer instemt met het voorstel van het kabinet om de aftrek alleen nog toe te staan:

  • voor liquidatiesverliezen van deelnemingen, waarin een belang van meer dan 50% (nu nog 25%) wordt gehouden;
  • voor liquidatieverliezen van deelnemingen die in Neder-land of in een andere EU/EER-lidstaat zijn gevestigd;
  • als de vereffening van het vermogen van de geliqui-deerde deelneming is voltooid binnen 3 jaar na de staking van de onderneming of het liquidatiebesluit.

Let op!
Tot een bedrag van € 5 miljoen (is nu nog € 1 miljoen) zijn liquidatieverliezen altijd aftrekbaar, maar de vereffening moet wel altijd binnen 3 jaar zijn voltooid.

Ook aftrek stakingsverliezen beperkt 
Vergelijkbare wijzigingen zijn voorgesteld voor stakings-verliezen van vaste inrichtingen. Vaste inrichtingen zijn bedrijfsruimtes buiten Nederland die onderdeel zijn van een Nederlandse onderneming, die over voldoende  faciliteiten beschikt om als zelfstandige onderneming  
te functioneren. 

Tips voor werkgevers en werknemers

Benut optimaal eenmalig verruimde vrije ruimte

De vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) is in 2020 per werkgever voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3%. De vrije ruimte wordt dus maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld met een Kerstpakket of cadeaubon. Maar de extra ruimte kunt u ook benutten voor thuiswerkfaciliteiten.
Boven een fiscale loonsom van € 400.000 gaat het percentage van 1,2% vanaf 2021 omlaag naar 1,18%. Deze maatregel is – in tegenstelling tot het bovenstaande – niet tijdelijk.

Wat houdt de verruiming concreet in?
Hierna volgen enkele voorbeelden van hoe deze verrui-ming van de werkkostenregeling concreet uitwerkt:

Loonsom Vrije ruimte voor de maatregel*                         Vrije ruimte na de      maatregel* Verruiming als bedrag*   Verruiming als %
200.000 3.400 6.000 2.600 76%
400.000 6.800 12.000 5.200 76%
800.000 11.600 16.800 5.200 45%
4.000.000 50.000 55.200 5.200 10%

*Bedragen in euro

Concernregeling nadelig?
De WKR-eindheffing wordt per werkgever berekend. Maar bestaat uw bedrijf uit verschillende bv’s, waarbij werknemers op de loonlijst staan, dan past u mogelijk de ‘concernregeling’ toe. De eindheffing berekent u dan over het totale fiscale loon van alle bv’s die tot het concern behoren. Als u daardoor de grens van € 400.000 over-schrijdt, kan u geen gebruikmaken van de verruiming van de vrije ruimte. Laat daarom controleren of u beter af bent zonder toepassing van de concernregeling.

Let op!
U mag vergoedingen en verstrekkingen ten laste van uw vrije ruimte brengen als het gebruikelijk is dat de werk-nemer deze onbelast krijgt. De Belastingdienst beschouwt vergoedingen en verstrekkingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar in ieder geval als gebruikelijk. Bedragen van minder dan € 2.400 kunt u dus in ieder geval onbelast vanuit de vrije ruimte uitkeren.

Vanaf 2021 strafheffing bij vervroegd pensioen versoepeld

Als u uw werknemer vervroegd met pensioen laat gaan en hem/haar een uitkering meegeeft, krijgt u waarschijnlijk te maken met een strafheffing van 52%. Die heffing komt bovenop de ingehouden loonbelasting en premies. Deze ‘Regeling vervroegde uittreding’ (RVU) wordt volgend 
jaar tijdelijk (tot en met 2025) verzacht door de invoering een drempelvrijstelling van maximaal € 1.767 per maand. Alleen als u per maand meer uitbetaald, moet u over het meerdere de strafheffing van 52% betalen. De vrijgestelde uitkering wordt gekoppeld aan de AOW-uitkering van 
de werknemer en omvat maximaal een periode van 36 maanden eindigend bij de AOW-leeftijd van de werknemer.

Actiepunt
Bent u van plan om werknemers vervroegd met pensioen te laten gaan, wacht dan tot 2021, zodat u de drempel-vrijstelling kunt benutten. Het is de verwachting dat deze per 1 januari 2021 kan worden ingevoerd.

Hogere vrijgesteld maximum verlof
Een andere maatregel om uw werknemers de moge-lijkheid te bieden meer flexibel de AOW-leeftijd te bereiken, betreft de verhoging van het vrijgestelde maximum voor het opsparen van rechten op vakantie-verlof en compensatie verlof. Deze rechten zijn nu nog vrijgesteld tot maximaal een arbeidsduur over 50 weken, maar zal per 1 januari 2021 worden verdubbeld naar de arbeidsduur over 100 weken. Uw werknemers kunnen dit verlof bijvoorbeeld inzetten om minder te gaan werken of om eerder te stoppen met werken met behoud van salaris. 

Voorkom eindheffing werkkostenregeling

In januari 2021 moet u beoordelen of u in 2020 de vrije ruimte hebt overschreden. Blijft het totale eindheffings-loon binnen de vrije ruimte, dan hoeft u geen eindheffing aan te geven en te betalen. Wordt de vrije ruimte over-schreden, dan betaalt u 80% eindheffing over het verschil tussen de vrije ruimte en het totale eindheffingsloon. De eindheffing mag u – in tegenstelling tot vorig jaar – pas aangeven in de tweede loonaangifte van 2021. U kunt de eindheffing voorkomen door tussentijds te controleren of u de vrije ruimte niet overschrijdt. Heeft u al in 2020 eindheffing betaald? Dan heeft u achteraf mogelijk te veel of te weinig eindheffing betaald. U corrigeert dit ook in de loonaangifte over het tweede tijdvak van 2021.

Aanwijzen in 2020
U komt alleen voor een vrijstelling binnen de vrije ruimte in aanmerking en u kunt alleen gebruikmaken van de gerichte vrijstelling als u de vergoeding of verstrekking aanwijst als eindheffingsbestanddeel. De Belastingdienst neemt gedurende het kalenderjaar aan dat zo’n aanwijzing heeft plaatsgevonden als de vergoeding of verstrekking niet tot het loon van de werknemer is gere-kend. Ontdekt de Belastingdienst de aanwijzing buiten het kalenderjaar, dan zal de vergoeding of verstrekking worden beschouwd als belast loon van de werknemer. De gerichte vrijstellingen en de vrije ruimte zijn dan niet alsnog van toepassing.

Let op!
Als u een vergoeding geeft of verstrekking doet aan uw werknemers waarbij u voldoet aan de voorwaarden van de betreffende gerichte vrijstelling, neemt de Belasting-dienst aan dat u de vergoeding of verstrekking heeft aangewezen. Als u bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding betaalt van maximaal € 0,19 per kilometer, wordt dus aangenomen dat u de vergoeding heeft aangewezen. Vergoedt u meer dan € 0,19, dan moet u het meerdere wel expliciet aanwijzen.

Meer S&O-afdrachtvermindering

Het kabinet wil de investeringen in research & develop-ment (R&D) ondanks de coronacrisis ook in 2021 op peil houden. Het budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) wordt daarom verhoogd van € 1.281 miljoen naar € 1.428 miljoen en het tarief binnen de eerste schijf gaat van 32% naar 40%. Voor starters gaat het tarief van 40% naar 50%. De grens van de eerste schijf ligt bij € 350.000. Het tarief van de tweede schijf is 16%. De nieuwe bedragen voor zelfstandigen worden pas bekendgemaakt aan het eind van het jaar.

Actiepunt
Het loket voor het aanvragen van S&O-afdrachtvermin-dering voor 2021 is sinds eind oktober geopend. Begint de periode van het S&O-werk op 1 januari 2021, dan moet u als werkgever uiterlijk op 20 december 2020 de S&O-afdrachtvermindering hebben aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). 

Bijtelling elektrische auto van de zaak gaat weer omhoog

Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2021 verder verhoogd van 8% naar 12%. De catalogusprijs waarop u dit percentage moet toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal  
€ 45.000 naar € 40.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. 

Actiepunt
Gaat u dit jaar nog rijden in een nieuwe elektrische auto van de zaak, dan kunt vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling van 8% hanteren.

Waterstof- en zonnecelauto’s
Rijdt u in een auto op waterstof? De splitsing in het bijtel-lingspercentage geldt dan niet voor u. Vanaf 2021 geldt deze uitzondering ook voor nieuwe zonnecelauto’s van de zaak. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag daardoor ook bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellings-percentage van 12% (in 2021) toepassen. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die in een auto van de zaak rijden. 

Bereid u voor op wijziging payrollpensioen

Bent u werkgever van payrollwerkers? Weet dan dat uw werknemers vanaf 1 januari 2021 niet meer vallen onder de verplichte regeling van StiPP. Uw payrollwerkers krijgen dan, onder voorwaarden, recht op een adequaat pensioen. Belangrijkste voorwaarde is dat de inlenende werkgever of de sector waartoe deze behoort, een pensioenre-geling kent voor gelijke/ gelijkwaardige functies. Maar wat is dan een adequaat pensioen? U kunt er voor kiezen de regeling van het inlenende bedrijf te volgen of zelf een regeling op te zetten. Kiest u voor de laatste optie dan moet de op te zetten regeling een ouderdoms- en nabestaandenpen-sioen kennen, er mag geen wachttijd worden gehanteerd en de werkgeversbijdrage moet mini-maal 14,6% van de pensioengrondslag zijn.

Nieuw payrollpensioen
Het lijkt zo mooi het nieuwe payrollpensioen. Want stel je voor de situatie waarin de inlenende werkgever geen pensioen regeling kent, dan heeft de payrollwerker met ingang van 1 januari 2021 geen recht meer op pensioen. En wat doet u dan? Er was immers wel een pensioenregeling voor de werknemer en zij hebben recht op een adequaat pensioen. Kortom, u heeft nog veel werk te verzetten de komende maanden. Vraag een pensioen adviseur om u te adviseren.

Definitieve vaststelling NOW 1.0 en NOW 2.0

Hebt u een voorschot ontvangen op grond van de NOW 1.0-regeling en/of de NOW 2.0-regeling? Dan moet nog worden vastgesteld hoe hoog die steun precies moet zijn. Daarvoor moet u een aanvraag voor een definitieve bere-kening indienen bij het UWV. Dat kan sinds 7 oktober jl. voor de NOW 1.0. De definitieve vaststelling van de NOW 2.0-subsidie laat nog even op zich wachten. Daarvoor zou u de aanvraag sinds 16 november 2020 kunnen indienen, maar dat is nu uitgesteld tot 15 april 2021. Het UWV heeft het te druk met de afhandeling van lopende zaken. De definitieve vaststelling van de NOW-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat u te veel voorschot hebt gehad. Dat is bijvoor-beeld het geval als uw omzetverlies kleiner is dan u had verwacht bij de voorschotaanvraag of als uw loonsom is gedaald.

Aanvraag eerste tijdvak NOW 3.0 gestart

De NOW-regeling is per 1 oktober 2020 met negen maanden verlengd. In tegenstelling tot NOW 1.0 en 2.0 is NOW 3.0 opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden: oktober tot en met december 2020, januari tot en met maart 2021 en april tot en met juni 2021. U kunt per tijdvak een afzonderlijke aanvraag indienen. Voor het eerste tijdvak loopt de aanvraagtermijn van 16 november tot en met  
13 december 2020. U kunt met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2020 NOW 3.0-subsidie aanvragen. Heeft u al een aanvraag ingediend voor NOW 2.0 en is de subsidie verleend? In dat geval moet de periode van omzetverlies voor het tijdvak oktober tot en met december 2020 van NOW 3.0 aansluiten op de periode van omzetdaling waar-voor u NOW 2.0-subsidie hebt aangevraagd. Dit geldt ook voor andere tijdvakken in de NOW 3.0. Als u de NOW- subsidie aanvraagt voor opeenvolgende tijdvakken, moeten de omzetperiodes dus op elkaar aansluiten.
Het maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer bedraagt € 9.691 per maand (2x het maximum dagloon van € 4.845). Na het toekennen van de subsidie, krijgt u  in drie termijnen een voorschot van 80% uitbetaald.

Voorwaarden
Ook in de NOW 3.0-regeling zijn het omzetverlies en de loonsom bepalend voor de NOW-subsidie. U komt voor de NOW-subsidie in het eerste tijdvak in aanmerking als u minimaal 20% omzetverlies hebt geleden. De wijze van het berekenen van het omzetverlies blijft gelijk aan die van NOW 1.0 en 2.0: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door u te kiezen periode van drie maanden. Net als in de NOW 1.0 en 2.0 kunt u kiezen over welke periode het omzetverlies wordt berekend. Voor de loonsom is bepalend de loonsom van juni 2020. Als de polisadministratie voor de maand juni 2020 niet gevuld is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. In tegenstelling tot NOW 1.0 en NOW 2.0 mag u de loonsom geleidelijk verminderen met 10%, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van uw werknemers. De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag via het UWV, is vervallen. Wel geldt ook voor NOW 3.0 de voorwaarde dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht.  

Let op!
Bij alle drie tijdvakken blijft de forfaitaire opslag van 40% voor de werkgeverslasten – zoals bij de NOW 2.0 – in stand. 

Nieuwe inspanningsverplichting 
Nieuw is dat u moet meewerken aan de begeleiding naar ander werk van een werknemer die om bedrijfsecono-mische redenen is ontslagen. Als u geen contact hebt gezocht met de UWV telefoon NOW in het kader van begeleiding van werk naar werk, wordt uw NOW-subsidie met 5% gekort. 

Benut gratis ontwikkeladvies

Net als in de NOW 2.0-regeling moet u zich ook in de NOW 3.0-regeling inspannen om werknemers te stimuleren deel te nemen aan een ontwikkeladvies of scholing. Vanaf 1 december 2020 zijn hiervoor weer de gratis ontwikkeladviezen beschikbaar die via de regeling NL Leert Door kunnen worden benut. Er is dan budget voor 50.000 adviestrajecten via loopbaanadviseurs.  De gratis ontwikkeladviezen zijn beschikbaar voor werknemers, maar ook voor zelfstandigen en andere werkzoekenden.

Tips voor elke belastingbetaler

Benut soepele spelregels bij betaalpauze hypotheeklasten

Gedurende de betaalpauze die u met uw bank bent overeen gekomen gelden er versoepelde fiscale regels voor de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. De betaalpauze moet dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen:

  1. u hebt in de periode 12 maart 2020 tot en met
    31 december 2020 bij uw geldverstrekker aangegeven dat u (dreigende) betalingsproblemen heeft door de uitbraak van het coronavirus;
  2. u en uw geldverstrekker zijn daarom een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 januari 2021 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker is bevestigd;
  3. de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal twaalf maanden.

Let op!
Is de geldverstrekker een niet-administratieplichtige 
(bijvoorbeeld familie of een eigen bv), dan gelden aanvul-lende voorwaarden. Uw adviseur kan u hierover nader informeren. De versoepelde regels die gelden als u gebruikmaakt van de betaalpauze voor uw hypoheeklasten betreffen twee aspecten van de eigenwoningregeling: de aflossingsplicht en het moment van de renteaftrek.

Aflossingsplicht
Het uitstellen van de betaling van hypotheeklasten heeft fiscale gevolgen als u een hypotheek hebt die na  
31 december 2012 is afgesloten. Daarop moet u namelijk verplicht aflossen om de renteaftrek te mogen toepassen. Onder de normale fiscale regels zou dit betekenen dat u de uitgestelde hypotheeklasten in 2020 al in 2021 weer moet inlossen om de renteaftrek te behouden. Dit effect is ongewenst en daarom geldt een versoepeling. Maakt u dit jaar gebruik van een betaalpauze voor uw hypotheek lasten, dan hoeft u de aflossingsachterstand niet al eind 2021 te hebben ingehaald om uw renteaftrek te behouden. U mag deze uitsmeren over de resterende looptijd van uw hypotheek (van maximaal 360 maanden). U mag er ook voor kiezen om uw resterende lening te splitsen, zodat u de betaalachterstand sneller – binnen bijvoorbeeld 5 jaar – afbetaalt.

Renteaftrek of niet
Eigenwoningrente is aftrekbaar in 2020 als u dit jaar rente betaalt of als de rente dit jaar wordt verrekend, ter beschikking wordt gesteld of rentedragend wordt. De eigenwoningrente is fiscaal als rentedragend aan te merken als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. er moet sprake zijn van een beschikkingshandeling van de geldverstrekker, waaruit blijkt dat de verschuldigde rente vaststaat en dit bedrag rentedragend schuldig wordt gebleven;
  2. er moet rente in rekening worden gebracht; 
  3. er moet reële zekerheid bestaan dat de verschuldigde rente feitelijk wordt betaald.

Of er wordt voldaan aan de eerste twee voorwaarden moet blijken uit het contract dat u met uw geld verstrekker hebt gesloten. Als uw geldverstrekker daarin geen gebruik maakt van de mogelijkheid uit de oorspronke-lijke leenovereenkomst om bij niet tijdig betalen van de rente aan u een rentevergoeding in rekening te brengen en tijdens de betaalpauze geen rentevergoeding over de achterstallige rente aan u in rekening heeft gebracht, dan wordt niet aan de eerste twee voorwaarden voldaan. U kunt de rente dan pas in aftrek brengen in het jaar van de feitelijke betaling. Is dat na 2020, dan is de rente dus niet in 2020 aftrekbaar.

Maakt uw geldverstrekker wel gebruik van de contractuele mogelijkheid om tijdens de betaalpauze een rente-vergoeding aan u in rekening te brengen bij niet betalen van de rente op de reguliere vervaldata? In dat geval wordt wel voldaan aan de voorwaarden 1 en 2. Dat is zelfs het geval als vervolgens expliciet is aangegeven om die rentevergoeding op nihil te stellen vanwege de bijzondere omstandigheden. Omdat in dit geval de verschuldigde rente in 2020 wel rentedragend is geworden, is deze rente aftrekbaar in 2020.

Let op!
Gaat u een schuld aan om de renteachterstand in te halen, dan is dit altijd een box-3-schuld, waarvan de rente dus niet aftrekbaar is. 

Andere wijzigingen eigenwoningregeling

Het eigenwoningforfait voor woningen met een 
WOZ-waarde tot € 1.110.000 (in 2020: € 1.090.000) wordt verlaagd van 0,60% naar 0,50% in 2021. Hebt u een woning met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer, dan blijft het forfait 2,35%. U bent dit tarief alleen verschuldigd voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000. 

Afbouw renteaftrek en aftrek geen of kleine eigenwoningschuld 
De afbouw van aftrekposten in de hoogste belastingschijf heeft ook gevolgen voor uw hypotheekrenteaftrek. U kunt de rente in 2021 nog aftrekken tegen een tarief van 43% 
(nu: 46%). 
De regeling waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheek hebt, wordt stapsgewijs in 30 jaar afgebouwd. De aftrek wordt jaarlijks met 31/3% verlaagd. In 2020 is de aftrek beperkt tot 93,1/3%. In 2021 wordt de aftrek beperkt tot 90%. Houd hiermee rekening.

Tariefsverlaging maar ook weer minder kostenaftrek

De loon- en inkomstenbelasting kent twee tariefschijven: een schijf met een laag tarief (nu: 37,35%) en een schijf met een hoog tarief (nu: 49,5%). Dit tarief is van toepas-sing op een inkomen vanaf € 68.507. In 2021 gaat het lage tarief omlaag naar 37,10%. Het tarief in de hoge schijf blijft 49,5%.
Tegenover de tariefsverlaging in de eerste schijf staat ook een verdere verlaging van het percentage waartegen u kostenaftrek kunt claimen voor zover u inkomen heeft in de hoogste belastingschijf. Dit percentage bedraagt nu 46%, maar gaat volgend jaar omlaag naar 43%. Wellicht kunt u aftrekbare kosten nog naar voren halen.

Actiepunt
Betaalt u partneralimentatie aan uw ex-partner en heeft u inkomen in de hoogste schijf? In dat geval kunt u de partneralimentatie volgend jaar ook nog maar tegen
43% in aftrek brengen. De aftrek wordt de komende twee jaar verder afgebouwd, zodat in 2023 het aftrekpercen-tage nog maar 37,03% bedraagt. Vorige jaar bedroeg het aftrekpercentage nog 51,75%. De forse vermindering
van de aftrek kan er op enig moment toe leiden dat u onvoldoende draagkracht heeft om nog aan de bestaande partneralimentatieplicht te voldoen. Vraag daarom tijdig advies over de mogelijkheid om de alimentatie naar beneden te laten bijstellen of om de partneralimentatie af te kopen.

Let op!
De aftrekbeperking geldt niet voor de premies van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en lijfrentepremies. Die blijven in de hoogste schijf voorlopig aftrekbaar tegen 49,5%.

Nog steeds aftrek scholingsuitgaven

U maakt in dit bizarre coronajaar misschien kosten 
voor (om- of bij)scholing voor meer kansen op de arbeidsmarkt. Het goede nieuws is dat u de scholings-uitgaven ook in 2020 kunt aftrekken van uw inkomen. Deze aftrekpost wordt pas vanaf 2022 vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet-fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Tot die tijd kunt u nog gebruikmaken van de aftrek scholingsuitgaven. 

Laatste keer aftrek contante giften

Giften aan goede doelen die een anbi-status hebben,  kunt u in aftrek brengen als u kunt aantonen dat u de giften daadwerkelijk hebt betaald, bijvoorbeeld met een overmaking of kwitantie. Bij contante giften bijvoorbeeld in de collectebus aan de deur of in de kerk, kunt u dat moeilijk aantonen. Voor de Belastingdienst is dit ook niet goed te controleren. Daarom wordt de aftrek van contante giften volgend jaar afgeschaft.

Let op!
Wilt u een gift in aftrek brengen, controleer dan eerst of het goede doel een anbi is. De goede doelen die een algemeen nut beogende instelling zijn (anbi-status hebben) vindt u hier.

Wijzigingen in box 3

Als de Eerste Kamer daarmee instemt, gaat de vrijstelling in box 3 volgend jaar omhoog van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Wel gaat dan ook het tarief omhoog van 30% naar 31%. De verhoging van de box-3-vrijstelling werkt echter niet door naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.

Nieuwe aangifteplicht
Zonder nadere regeling zou de verhoging van de 
box-3-vrijstelling ertoe leiden dat meer mensen aanspraak kunnen maken op een toeslag of in aanmerking komen voor een hogere toeslag. Dat vindt het kabinet ongewenst. Vanaf 2021 wordt daarom voor de vermogenstoets in 
de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag – voor zover dit meer bedraagt dan € 31.340 (fiscale partners € 62.680) – vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opge-nomen op de aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is het nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid.

Nog geen systeemwijziging 
Het systeem van box 3 wijzigt dus (nog) niet. Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Het kan dus verstandig zijn om uw box-3-vermogen 
te verlagen. Dat kan bijvoorbeeld door de geplande aankoop van dure goederen die niet tot box 3 worden gerekend (denk aan een auto, boot of kunstwerk), nog dit jaar te doen. Betaalt u voor het einde van het jaar 
uw belastingschulden, dan verlaagt u daarmee ook uw box-3-vermogen.

Neem deel levenslooptegoed op

Legt u nog in op levensloopregeling of heeft u nog een onbenut levenslooptegoed? Dat tegoed is vrijgesteld van de box-3-heffing. Maar daar komt op 1 november 2021 een eind aan. Het levenslooptegoed wordt dan in een keer progressief belast. Dat kan betekenen dat (een deel van) uw tegoed wordt belast tegen de hoogste belastingschijf van 49,5%. Om dat te voorkomen, kan het verstandig zijn om een deel van het levensloop-tegoed nog dit jaar te laten uitkeren, waardoor dit nog belast wordt tegen 37,35%. Ook het deel dat overblijft en volgend jaar wordt uitgekeerd, wordt dan mogelijk nog belast in de laagste belastingschijf.

Actiepunt
Of controleer of uw pensioenregeling de mogelijkheid biedt om een aanvullende storting te doen. 

Tijdig lijfrentepremie betalen

Hebt u een pensioentekort, dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank  een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2020 hebt betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2020 die u volgend jaar indient bij  de Belastingdienst.

Actiepunt
Bent u in de afgelopen vijf jaar toch vergeten om de lijfrentepremie in aftrek te brengen? Verzoek dan bij de Belastingdienst om een ambtshalve vermindering. U moet dan wel kunnen aantonen dat u de lijfrentepremies niet hebt afgetrokken. Dat kunt u doen met kopieën van de ingediende aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren en de aanslagen over die jaren. Bewaar daarom uw oude aangiften. 

Beding tijdig uw lijfrente-uitkeringen

U moet vóór 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin uw lijfrentepolis expireert, beslissen wat u met het vrijkomende kapitaal  gaat doen. Ingeval van overlijden is deze termijn  31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het overlijden. Deze termijnen zijn fataal. In die zin, dat de inspecteur slechts onder bijzondere omstandigheden verlenging kan toestaan. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als u er alles aan heeft gedaan om de lijfrente binnen de wettelijke termijn in te laten gaan.

Actiepunt
Zorg ervoor dat u de einddata van lijfrente-contracten goed vastlegt, zodat u precies weet wanneer u uiterlijk actie moet ondernemen. 

Afrekenen over zuivere saldolijfrente

Verzekeraars die zuivere saldolijfrentes aanbieden, worden verplicht om gegevens aan te leveren bij de Belasting-dienst. Het gaat om het gezamenlijke bedrag van tot  
31 december 2020 betaalde premies en het gezamenlijke bedrag van de tot dan toe genoten uitkeringen. De gege-vens moeten uiterlijk op 31 januari 2021 zijn verstrekt. De eenmalige renseignering heeft betrekking op zuivere saldolijfrenten, waarvan op 31 december 2020 het oude overgangsrecht uit 2001 eindigt. U hebt een zuivere saldolijfrente als de lijfrentepremies in het verleden in het geheel niet aftrekbaar waren. Heeft u een dergelijke lijfrentepolis? Dan bent u verplicht om hierover af te rekenen met de Belastingdienst.

Hybride saldolijfrenten
Voor de lijfrentes waarvan de premies deels wel aftrekbaar waren (hybride lijfrentes), wordt het overgangsrecht uit 2001 ook na 2020 voortgezet. Hierover hoeft u dus niet af te rekenen. Dit geldt eveneens voor bepaalde buiten-landse pensioenen die ook onder dit overgangsrecht vallen, maar waarvoor dit nooit was bedoeld.   

NHG-kostengrens en hypotheekbedrag omhoog

De kostengrens voor een hypotheek met Nationale Hypo-theek Garantie (NHG) gaat op 1 januari 2021 omhoog van € 310.000 naar € 325.000. Koopt u een woning met energiebesparende voorzieningen, dan is het plafond  
€ 344.500 (in 2020: € 328.600). De NHG-premie blijft in 2021 0,7%. Heeft u koopplannen en wilt u gebruikmaken van de NHG? In dat geval is het verstandig om daarmee te wachten tot 2021. 

Let op!
Volgend jaar kunnen tweeverdieners meer hypotheek krijgen, omdat het tweede inkomen dan voor 90% meetelt bij de vaststelling van het maximale hypotheekbedrag. Nu telt het tweede inkomen daarbij voor 80% mee. Boven-dien weegt een studieschuld minder zwaar mee, omdat de rente op die schulden lager is geworden.

Anticipeer op wijziging overdrachtsbelasting

Starters op de woningmarkt betalen vanaf 1 januari 2021 geen overdrachtsbelasting (OVB) bij de aankoop van een woning. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning moet als hoofdverblijf worden gebruikt en de vrijstelling moet nog niet eerder zijn benut. Bent u een ‘doorstromer’ maar voldoet u aan deze voorwaarden? In dat geval geldt de vrijstelling ook voor u. Voor andere doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%. 

Let op!
Vanaf 1 april 2021 geldt een aanvullende voorwaarde. Dan is tevens vereist dat de waarde van de aangekochte woning niet meer dan € 400.000 bedraagt.

Tip
Het moment van de overdracht bij de notaris is bepalend voor het OVB-tarief. Tekent u dit jaar een koopovereen-komst en voldoet u aan de voorwaarden?  Zorg dan dat de overdracht/levering plaatsvindt op of na 1 januari 2021.

Meer overdrachtsbelasting bij aankoop woning
Voor woningen die met andere bedoelingen worden gekocht, wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%! Koopt u dus een tweede woning of vakantiehuis en gebruikt u die niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf, dan betaalt u bij de aankoop 8% OVB. Dat tarief geldt ook bij de aankoop van een woning voor uw kind of als u een woning aanschaft voor de verhuur. 

Actiepunt
Wilt u met een van deze bedoelingen een woning aanschaffen, dan doet u er verstandig aan om dat dit jaar nog te doen. Daarbij is wel haast geboden, want de woning moet daarvoor voor het einde van het jaar aan u zijn geleverd

Zorg dat schenking tijdig is besteed aan onderhoud

Heeft u in 2018 uw kind een verhoogde schenking  gedaan voor onderhoud of verbetering van zijn/haar eigen woning, waarbij uw kind de verhoogde schenkings-vrijstelling heeft toegepast? Attendeer uw kind er dan 
op dat hij of zij ervoor zorgt dat de schenking eind 2020 daaraan is besteed en dat de verbouwings- of onder-houdswerkzaamheden zijn afgerond. Anders vervalt de vrijstelling alsnog.  

Wacht met aanschaf nieuwe elektrische personenauto

Overweegt u een nieuwe elektrische auto te kopen  
of (private) te leasen? Wacht daar dan mee tot na  
31 december 2020. U kunt hiervoor namelijk € 4.000 subsidie krijgen op grond van Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP). De subsidiepot voor 2020 is echter al leeg. Vanaf 2021 is er weer nieuwe budget beschikbaar. Wees er wel snel bij, want het budget is beperkt! U kunt in 2020 nog wel subsidie (€ 2.000) krijgen voor de aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto.

Erfbelasting besparen via schenkingen aan uw kinderen

Bij uw overlijden wordt over uw vermogen erfbelasting geheven. Uw kinderen betalen 10% en/of 20% erfbelas-ting. Door tijdens uw leven gespreid te schenken, draagt u alvast vermogen over aan uw kinderen. Bij uw over-lijden is er dan minder vermogen waarover zij erfbelasting verschuldigd zijn. Schenken levert dus in de toekomst een belastingbesparing op. U kunt fiscaal vriendelijk vermogen overhevelen naar uw kinderen door jaarlijks een bedrag van € 5.515 (in 2020) vrijgesteld te schenken. Uw kinderen hoeven dan geen aangiftebiljet voor de schenkbelasting in te dienen. Als u meer schenkt, moet over het meerdere schenkbelasting worden betaald. In dat geval moeten uw kinderen uiterlijk vóór 1 maart 2020 een aangiftebiljet voor de schenkbelasting hebben ingediend.

Let op!
De vrijstelling voor kinderen en overige verkrijgers wordt in 2021 (tijdelijk) verhoogd met € 1.000. Dit betekent dat de vrijstelling voor schenkingen aan kinderen in 2021 (na inflatiecorrectie) uitkomt op € 6.604 en voor de overige verkrijgers op € 3.244.

Eenmalig vrijgesteld schenken aan uw kinderen
Naast de jaarlijkse schenking kunt u uw kinderen (of hun partners) als zij ouder zijn dan 18 en jonger dan 40 jaar, ook eenmalig een hoger bedrag vrijgesteld schenken. Deze eenmalige schenking bedraagt € 26.457 (in 2020). Daarnaast kunt u aan deze kinderen – in plaats van 
de eenmalig verhoogde schenking – ook een extra verhoogde vrijgestelde schenking doen van € 55.114 (in 2020). Zij moeten de schenking dan wel gebruiken voor een dure studie. Voor deze schenking is een notariële schenkingsakte nodig. Tot slot kunt u uw kinderen een eenmalige vrijgestelde schenking voor de eigen woning doen van maximaal € 103.643 (2020).

Gespreid vrijgesteld schenken voor de eigen woning
U mag de maximaal vrijgestelde schenking voor de eigen woning ook spreiden over drie aaneensluitende kalender-jaren. Heeft u bijvoorbeeld in 2018 € 30.000 aan uw kind geschonken, dan mag u het resterende bedrag over 2019 en 2020 spreiden. 

Als u vragen en/of opmerkingen heeft over bestaande nieuwsartikelen neem hierover dan vrijblijvend contact met ons op
+31 20 - 644 75 41 of per e-mail op info@spaargarenaccountants.nl

© 2020 Spaargarenaccountants