Maatregelen Coronavirus

Als vertrouwd accountantskantoor staan wij met zijn allen klaar om u door deze lastige tijd te helpen tegen een Coronatarief. Hieronder ziet u de nieuwste maatregelen.

 Dit is de stand van 07 april 2020

We weten inmiddels dat de duur van de beperkende maatregelen zullen worden verlengd. Voor hoelang weten we nog niet. Wel is er ondertussen meer bekend over de verschillende steunmaatregelen. Hieronder geven per regeling meer informatie.

Hoofdlijnen NOW regeling bekend

Minister Koolmees heeft in een persconferentie de hoofdlijnen van de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud’ (NOW) besproken en gepubliceerd in een brief aan de Tweede Kamer. Hierna een opsomming van deze hoofdlijnen.
 
Inhoud en doelgroep
De NOW ondersteunt werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% over een aangesloten periode van 3 maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdaling het gevolg is van buitengewone omstandigheden, die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.
 
De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde ‘fictieve dienstbetrekking’ vallen daarmee wel onder de regeling, maar niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s weer niet.
 
De regeling geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract voor zover deze werknemers in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.
Ook is de NOW van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals een werknemer met een nulurencontract.Ook payroll- en uitzendwerkgevers komen in aanmerking. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden.
 
Belangrijke voorwaarden
Aan de NOW zijn, twee belangrijke voorwaarden verbonden:

  1. Er geldt een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden.Dit wil zeggen dat werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom leidt tot een lagere subsidie.
  2. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever doet in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. Als toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% worden in mindering gebracht op de totale loonsom, waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.


Berekening tegemoetkoming

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de 3-maandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt van het sociale verzekeringsloon uitgegaan. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd door een vaste opslag van 30% op het sociale verzekeringsloon. Als loon wordt maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand (derhalve max. € 9.538) per individuele werknemer in aanmerking genomen.
 
De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Op deze manier blijft het voor werkgevers altijd gunstiger om, waar dat mogelijk is, omzet te blijven genereren.
 
De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een 3-maandsperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet over heel 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling. Een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet komt dus niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de NOW. Er wordt ook geen rekening gehouden met het feit dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of door seizoenspatronen.
 
Voorbeeld
Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld
€ 100.000 per maand, ofwel € 1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 70.000 per maand, ofwel € 210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:
 
(€ 1.200.000 / 4) – € 210.000 = 0,30 = 30%
(€ 1.200.000 / 4)
 
Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak januari 2020, € 50 000 loonsom en een verwachte omzetdaling van 30%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,30 x € 50.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 52.650 in totaal.
Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 42.120.
 
Omzetdaling op concernniveau
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Bij meerdere rechtspersonen gaat het om de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming.
 
Als een werkgever meerdere loonheffingsnummers heeft en voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal hij per loonheffingsnummer een aanvraag moeten indienen. Wel geeft hij de omzetdaling op die hij voor de gehele onderneming verwacht; bij elke aanvraag vult hij dezelfde omzetdaling en meetperiode in.
 
Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
Op vrijdag 3 april 2020 wordt definitief vastgesteld of het UWV de NOW vanaf 6 april 2020 kan uitvoeren. Bij de aanvraagprocedure moeten werkgevers, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, de volgende stappen doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei vanwege een omzetdaling van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever geeft de verwachte omzet in de drie maanden van de door hem gekozen meetperiode op en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten en vermeldt hij dat op het aanvraagformulier.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

    Voorschot
    Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.
    Het voorschot is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Hierdoor worden werkgevers van werknemers met een flexibel contract gestimuleerd om het loon door te betalen (voor dezelfde urenomvang). Wordt ervoor gekozen om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de NOW en wordt hierover subsidie ontvangen.
    De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.
     
    Beslissing
    Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast.
    Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Pas op! Boete bij ontslag na NOW

Vanochtend is tijdens de persconferentie van minister Koolmees gebleken dat ondernemers die een beroep doen op de NOW, écht geen ontslagen mogen laten vallen. Is een ontslag toch noodzakelijk, bijvoorbeeld om een faillissement te voorkomen? Dan kan de ondernemer een boete verwachten. Dit zal anders zijn bij een ontslag om dringende redenen (het ontslag op staande voet) of andere vormen van ontslag die op geen enkele wijze samenhangen met bedrijfseconomische omstandigheden.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) opengesteld

De ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) is opengesteld. De Staatssecretaris van SZW heeft daarbij in haar brief de voorwaarden bekendgemaakt. Die voorwaarden zijn:

  • de ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij/zij verwacht dat zijn/haar inkomen door de Coronacrisis in de komende drie maanden daalt onder het sociaal minimum;
  • wanneer dit achteraf anders is, moet de ondernemer dit doorgeven aan de gemeente;
  • de ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (1.225 uren per jaar) voor de zelfstandigenaftrek. Bestaat de onderneming korter, dan een jaar dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt;
  • de ondernemer moet ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat de Tozo is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur. De Tozo is gebaseerd is op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar de procedure is veel sneller, namelijk 4 weken in plaats van de gebruikelijke 13 weken bij de Bbz. Achter wordt gecontroleerd of de ondernemer terecht gebruik heeft gemaakt van de regeling. De gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.
     
    DGA en Tozo
    Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat ook een DGA in principe een beroep kan doen op de Tozo, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, volledige zeggenschap en het dragen van de financiële risico’s. De DGA dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn of haar bv vanwege de Coronacrisis geen salaris kan uitbetalen. Voor een aandeelhouder die verzekerd is voor de werknemersverzekering komt de werkgever in aanmerking voor de NOW. Onduidelijk is nog hoe de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling zal toepassen.
     
    Commentaar
    Het was bij veel ondernemers nog onduidelijk of een DGA ook onder de Tozo zou vallen. Nu is bevestigd dat dat inderdaad het geval. Niet onlogisch omdat de DGA ook onder de Bbz valt. Voor de inkomensondersteuning moet ook de DGA aangeven dat hij of zij verwacht dat als gevolg van de Coronacrisis het inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Een extra eis die wordt gesteld is dat de DGA verklaart dat de B.V. niet genoeg liquide middelen heeft om zijn loon uit te betalen. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn moet ook de DGA dit uit zichzelf doorgeven aan de gemeente en vindt er verrekening plaats.

Gebruikelijk loon DGA

De vraag is of de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling soepeler zal toepassen. Het zou toch zuur zijn als een DGA die 3 maanden een Tozo-uitkering heeft ontvangen, achteraf alsnog loonheffing moet betalen over het gebruikelijk loon dat zijn bv niet heeft uitbetaald.

De Belastingdienst heeft daarom besloten dat als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van de BV, de BV en aanmerkelijkbelanghouder gedurende 2020 een tijdelijk lager maandloon afspreken. Aan het einde van het jaar stelt de BV het gebruikelijk jaarloon voor 2020 vast en vermeldt dit in de aangifte loonheffingen. Bij verlaging van het maandloon wordt in de aangiften loonheffingen het loon vermeld dat de DGA heeft genoten.

Let wel, de Belastingdienst staat niet toe dat de BV met terugwerkende kracht het loon verlaagd van de DGA. Je kan het al genoten loon over 2020 dus niet terugdraaien!

Noodloket open

Ook de andere steunmaatregel voor ondernemers – de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS, of kortweg het Noodloket) - is opengesteld. Er is een lijst gepubliceerd, waarop de kwalificerende ondernemers staan die aan de hand van hun SBI-codes zijn geselecteerd. Deze lijst wordt nog uitgebreid met ondernemers in de non-foodsector, zoals winkeliers. Zij hoeven hun deuren weliswaar niet te sluiten, maar hebben wel te maken met veel omzetverlies. Dat wordt met name veroorzaakt door de oproep aan mensen om zoveel als mogelijk thuis te blijven en door de instructies van de overheid in het sociale verkeer.
Vallen de hoofdbedrijfsactiviteiten van je cliënten in een van deze sectoren, dan komen zij in beginsel in aanmerking voor deze compensatie in de vorm van een eenmalige gift van € 4.000 voor de eerste nood in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020. Je kunt de aanvraag voor je cliënten doen als zij jou daarvoor machtigen.

Hiervoor is een machtigingsformulier ontwikkeld. Deze hoef je niet bij de aanvraag mee te sturen. Jij of je cliënt vraagt de compensatie aan bij rvo.nl uiterlijk tot en met 26 juni 2020, 17.00 uur. De tegemoetkoming wordt tot 1 januari 2021 verstrekt. Voor de aanvraag is een eHerkenning (niveau 1 of hoger) nodig of DigiD.
 
Voorwaarden
De aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • gegevens over de onderneming, waaronder het KvK-nummer, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op staat van de onderneming;
  • naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon bij de onderneming;
  • een verklaring dat de onderneming geen overheidsbedrijf is;
  • een bevestiging dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond  (verklaring de-minimissteun);
  • een verklaring dat de onderneming op het moment van de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet;
  • een verklaring dat de onderneming in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste
    € 4.000 omzetverlies te lijden;
  • een verklaring dat de onderneming in die periode ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere beschikbare steunmaatregelen ter bestrijding van het Coronacrisis.

De ondernemer krijgt in beginsel binnen twee á drie weken de beslissing over de aanvraag toegezonden. Een toegekende tegemoetkoming kan nog 5 jaar na de verstrekking worden herzien, mocht deze door onjuiste gegevensverstrekking niet in overeenstemming met de beleidsregels zijn verstrekt.

Aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen getroffen om de cultuur- en creatieve sector te ondersteunen. Zo hebben musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf een huuropschorting van drie maanden gekregen. Zij kunnen de huur dus later voldoen. Het kabinet roept provincies en gemeenten op om met vergelijkbare tegemoetkomingen voor deze sector te komen.
Daarnaast krijgen culturele instelling die vallen onder de zogeheten ‘basisinfrastructuur’, nu al de subsidie die zij normaliter pas in het derde kwartaal zouden krijgen. Ook gemeenten onderzoeken of zij op deze manier kunnen omgaan met voorschotten. Daarnaast laat het ministerie van OCW haar subsidies doorlopen. Deze worden niet gekort als blijkt dat de voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege de Coronacrisis. Ook de rijkscultuurfondsen, gemeenten en provincies volgen deze maatregel. Dir geldt ook voor projectsubsidies en gesubsidieerde activiteiten.
 
Compensatie verkochte toegangskaarten
Er wordt momenteel nog onderzocht hoe de terugbetaling van verkochte toegangskaarten kan worden vormgegeven. Er wordt vooral gedacht aan het verstrekken van vouchers.

Terugvragen van btw bij oninbare debiteuren

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw op aangifte worden afgedragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Er bestaat echter recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaald. Die teruggaaf kan via de aangifte worden geclaimd in het tijdvak waarin vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden ontvangen. In die situatie moet dus zekerheid bestaan dat de debiteur niet meer zal betalen. Dat valt niet altijd eenvoudig aan te tonen. Daarom bestaat ook recht op btw-teruggaaf als de debiteur het factuurbedrag nog niet heeft betaald 12 maanden nadat de factuur opeisbaar is geworden. De terug te vragen btw vanwege oninbaarheid, moet worden verwerkt in de aangifte van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, en niet in een later tijdvak.
 
Hoe verwerk je de btw-teruggaaf
De terug te vragen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve omzet (rubriek 1). De btw wordt weer verschuldigd via de aangifte, voor zover de debiteur na de btw-teruggaaf aan de schuldeiser, alsnog betaalt. Dan moet de schuldeiser de alsnog betaalde omzet in de aangifte vermelden als positieve omzet. Het bedrag van een deelbetaling verspreidt zich overigens over de gehele factuur, zodat in een deelbetaling dus altijd 9/109e of 21/121e aan btw is begrepen. Overigens moet de debiteur de eerder afgetrokken btw terugbetalen aan de Belastingdienst, voor zover deze btw eerder in aftrek is gebracht. Deze terugbetaling is verschuldigd als vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden betaald maar uiterlijk 12 maanden na de opeisbaarheid. De terug te betalen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve voorbelasting (rubriek 5b).
 
Tip
Als een debiteur een schuld vanwege een factuur omzet in een lening, dan is daarmee de factuur in beginsel betaald. Deze debiteur hoeft dan geen btw terug te betalen die eerder in aftrek is gebracht. Daarentegen heeft de schuldeiser dan niet meer de mogelijkheid om btw terug te vragen vanwege een oninbare factuur. Kortom, let goed op bij het omzetten van een factuurschuld in een lening, omdat dit gevolgen heeft voor de btw.

Overgang van factuurstelsel naar kasstelsel soms voordelig

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw worden afgedragen in het tijdvak waarin de factuur is uitgereikt. Bij slecht betalende afnemers, kan dat zorgen voor liquiditeitsproblemen. Bepaalde ondernemers zijn wettelijk aangewezen voor toepassing van het kasstelsel, zoals winkeliers, marktkooplui, schoenmakers, kappers, glazenwassers en autorijscholen. Als een ondernemer is aangewezen voor het kasstelsel, dan mag hij/zij toch het factuurstelsel toepassen, mits dat uit de administratie blijkt.
 
Van factuurstelsel naar kasstelsel
Naast de aangewezen ondernemers, kan het kasstelsel ook door andere ondernemers worden toegepast als deze ondernemers voor minimaal 80% aan niet-ondernemers leveren. Daarvoor moet dan wel een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst. Voor ondernemers die aan de voormelde voorwaarde voldoen én te maken hebben met slecht betalende afnemers, kan overgang naar het kasstelsel dan een liquiditeitsvoordeel opleveren.

Corona in de jaarrekening

Nog even de gevolgen van de crisis voor de jaarrekening op een rijtje. De regels gelden primair voor rechtspersonen die onder BW 2, Titel 9 vallen, maar kunnen richting geven voor jaarrekeningen van andere rechtsvormen. In grote lijnen heb je 4 mogelijkheden:

  1. De crisis heeft geen belangrijke financiële gevolgen voor de onderneming. In dat geval is er geen (verplicht) effect op de jaarrekening;
  2. De crisis heeft belangrijke (positieve of negatieve) financiële gevolgen voor de onderneming, maar een faillissement is niet waarschijnlijk. Of een effect belangrijk is meet je af door in te schatten of de betreffende toelichting over dat effect (of het ontbreken er van) invloed zou hebben op de beslissingen van gebruikers van de jaarrekening. In dat geval moet de betreffende situatie in een sectie ‘Gebeurtenis(sen) na balansdatum’ worden toegelicht. Dit kan in een sectie ‘Overige toelichtingen o.i.d.’, of in het algemene gedeelte van de toelichting. Let op: de gebeurtenissen na balansdatum hoeven niet te worden meegenomen in de publicatiestukken;
  3. De negatieve gevolgen van de crisis brengen ernstige onzekerheid over de continuïteit van de onderneming met zich mee. Als er ernstige onzekerheid over de continuïteit bestaat worden de omstandigheden rond die onzekerheid in de algemene toelichting toegelicht. Deze toelichting wordt ook opgenomen in de publicatiestukken. Van ernstige onzekerheid over de continuïteit is sprake als de onderneming naar verwachting niet meer op eigen kracht aan zijn verplichtingen kan voldoen, maar hiervoor verdergaande medewerking van belanghebbenden nodig heeft, terwijl op het moment van het opmaken van de jaarrekening nog niet vaststaat of die benodigde medewerking zal worden verkregen;
  4. De crisis zal leiden tot discontinuïteit van de onderneming. In dat geval wordt de jaarrekening opgesteld op liquidatiegrondslagen.

Gebeurtenissen die (geen) nieuw licht werpen op de situatie per balansdatum
Ondernemers zullen vaak de neiging hebben om naderend onheil via voorzieningen of afwaarderingen van activa alvast in de jaarrekening van het voorgaande boekjaar mee te nemen. ‘Echte’ gebeurtenissen na balansdatum, dus zonder oorsprong in dat voorgaande boekjaar, werpen echter géén nieuw licht op de situatie per balansdatum. De gevolgen van de gebeurtenissen mogen dan niet cijfermatig in de jaarcijfers worden verwerkt, maar alleen tekstueel worden toegelicht. Dit is uiteraard niet het geval als de jaarrekening op liquidatiewaarde moet worden opgemaakt.
 
Toelichting jaarrekeningen van micro rechtspersonen
Een micro-rechtspersoon hoeft zowel bij de inrichtingsjaarrekening als bij de publicatiestukken normaliter geen specifieke toelichting op te nemen, op een enkel element na zoals (indien relevant) het feit dat fiscale grondslagen worden gehanteerd. Maar uitzonderlijke situaties zoals het bestaan van ernstige onzekerheid of het hanteren van liquidatiegrondslagen moeten wél worden toegelicht.

Het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte; wie draagt de risico’s (2)?

In de vorige berichten special ben je al geïnformeerd over de (on)mogelijkheden van huurders om op grond van de wettelijke bepalingen onder hun huurverplichtingen uit te komen. Zij zullen dan ook met hun verhuurders om de tafel moeten om afspraken te maken over uitstel van betaling.

Voor veel huurders zal dit niet genoeg zijn en zij zullen zelfs moeten aandringen om de huur (al dan niet gedeeltelijk) kwijt te schelden over een bepaalde periode. Niet alle verhuurders zijn hiervoor gevoelig. In de landelijke pers verschijnen inmiddels berichten dat verhuurders hun huurders nul op het rekest geven en verwijzen naar hun eigen getroffen belangen. Er zijn ook verhuurders die een stapje verder gaan en een voorstel doen om akkoord te gaan met beëindiging van de huur, waarbij binnen enkele dagen moet worden ingestemd. Indien de huurder negatief reageert vervalt het aanbod. Dit gebeurt vooral in gevallen waarbij een lage huur wordt betaald. Verhuurders ruiken hun kans om nieuwe contracten te sluiten voor hogere huurprijzen (waarbij uiteraard maar moet worden afgewacht of dit gezien de economische crisis zo’n verstandige beslissing is).

Vooral Horeca Nederland maakt zich ernstige zorgen en overlegd met grote partijen (bierbrouwers) over regelingen. Het is uiteraard sterk de vraag of verhuurders niet betalende huurders op korte termijn uit hun panden kunnen krijgen. Een reden voor beëindiging van de huur is een huurachterstand van tenminste 3 maanden. Het is de vraag of rechters dit uitgangspunt verder zullen oprekken als op deze grond om ontbinding van de huurovereenkomst wordt gevraagd. Hoewel rechtbanken op dit moment ook hun deuren hebben gesloten, kan er wel schriftelijk worden geprocedeerd.

Exportkredietverzekering verruimd

Nederlandse bedrijven expoteren veel naar het buitenland. Ongeveer 30% van het nationaal inkomen komt uit de buitenlandse handel. Door de Coronacrisis hebben zij nu problemen met de toeleveringen uit het buitenland, belemmeringen aan de grens en met meer risico dat handelspartners de rekeningen niet betalen. Daarom wordt de exportkredietverzekering verruimd, zodat meer risico’s van bedrijven wordt afgedekt door de overheid. De verruiming houdt in dat:

  • ook kortlopende exportkredieten (korter dan 2 jaar) onder de dekking vallen;
  • de procedure van de exportkredietverzekering wordt verruimd en versneld; en
  • meer landen vallen onder de dekking.

Corona en alimentatieplicht

Veel ouders kunnen door wegvallende inkomsten op dit moment inderdaad niet meer aan de eens vastgestelde alimentatieverplichting voldoen. Zij zijn bijvoorbeeld een ondernemer en zien dat hun onderneming voorlopig noodgedwongen gesloten blijft. Of ze zijn ondanks de oproep aan werkgevers toch hun baan verloren en hebben op korte termijn geen reëel uitzicht op een andere functie. Op zo’n moment is het als ouders goed om met elkaar in gesprek te gaan. Geven deze gesprekken niet het gewenste resultaat, dan kan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Dit dient altijd door een advocaat te worden begeleid. Wordt er niets geregeld, dan blijft in de regel het eerder overeengekomen bedrag verschuldigd en kan de ontvangende ouder het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen om betaling af te dwingen.

Ook DUO doet een duit in het zakje
Ook de Dienst uitvoering onderwijs (DUO) komt studenten en ex-studenten tegemoet die door de Coronacrisis in betalingsnood zijn gekomen. Studenten met studiefinanciering, kunnen gebruikmaken van de volgende al bestaande mogelijkheden:

  • Als de student nog niet aan zijn/haar leenmaximum zit, kan de student (tijdelijk) bijlenen met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar;
  • De student kan mogelijk alsnog een aanvullende beurs aanvragen met terugwerkende kracht tot het begin van dit studiejaar. Dit hangt af van het inkomen van de ouders;
  • Mocht de studente al een aanvullende beurs hebben en de ouders hebben in 2020 minder inkomen, dan kan de student het peiljaar laten verleggen naar 2020. Daardoor krijgt hij/zij meer aanvullende beurs;
  • Studeert de student aan een hbo of universiteit, dan kun hij/zij een collegegeldkrediet krijgen. Dit is een extra leenoptie voor het collegegeld.

De ex-student die zijn studiefinanciering aan het terugbetalen is, kan van de volgende bestaande mogelijkheden gebruikmaken om de betalingsproblemen te verlichten:

  • Hij/zij kan een aflosvrije periode aanvragen van maximaal vijf jaar. Heeft de ex-student deze mogelijkheid al benut of een andere betalingsregeling getroffen? In dat geval gaat DUO minder strikt om met de terugbetalingsplicht;
  • Ook voor de ex-student bestaat de mogelijkheid om bij een inkomensdaling in 2020 het peiljaar te laten verleggen naar 2020. Je aflossingsbedrag wordt dan lager.

Maak een 5-stappenplan

Om deze crisistijd goed door te komen voegen we een 5-stappenplan bij voor crisismanagement:

  1. Stel een crisisteam samen. Niet te groot, niet te klein. Zij trekken de kar. Zij bepalen. Voor democratie is weinig ruimte. Er kunnen ook externe sleutelfiguren inzitten. Wie mag meedenken, wie mag meepraten, wie mag meebeslissen en wie mag mee uitvoeren. Dat zijn vier verschillende functies/rollen. Bepaal de hiërarchische lijn. Bij te veel twijfel of een te lange doorlooptijd is er één beslisser: ‘de bruut’.     
  2. Bepaal zo exact mogelijk de bedreigingen die op het bedrijf afkomen. Met welke onorthodoxe maatregelen kunnen deze bedreigingen het beste worden aangepakt (denk eraan: anderen hoeven u niet ‘aardig’ te vinden).
  3. Maak een communicatieplan. Eén voor intern en één voor extern. Communiceer steeds eenduidig en bij voorkeur volgens een vaste methode, op vaste wijze, op vaste tijdstippen, etc. Herhaal. Zorg dat eerdere communicatie terug te vinden is op een vaste plek. Straal oplossingen uit. Geen problemen of knelpunten. Noem bij problemen en knelpunten altijd oplossingen, oplossingsrichtingen en alternatieven. De woorden ‘kan niet’ moeten altijd opgevolgd woorden door alternatieven (ook als ze van mindere kwaliteit zijn).
  4. Bepaal de middelen die nodig zijn om aan het (crisis)werk te kunnen beginnen. Wat is nodig aan middelen (spullen, geld, tijd etc.). Maak dat onmiddellijk vrij. Een zekere bruutheid kan onvermijdelijk zijn.
  5. Straal stelligheid, vriendelijkheid, kans-rijkheid, hoop en oplossingsgerichtheid uit. Dat is er namelijk allemaal altijd. Ook als het (nog) niet zichtbaar is. Deel doorlopend succesjes. Anderen zien jou als (lichtgevend) baken.  

 Dit is de stand van 23 maart 2020

Hieronder treft u de maatregelen van maandag 23 maart 2020. Zodra er nieuwe maatregelen zijn stellen wij u daarvan op de hoogte. Houdt u daarom deze pagina in de gaten. 
 

Drie maanden uitstel van betaling kan zonder bewijs

Ondernemers die uitstel van betaling vragen voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en/of loonheffing krijgen zondermeer drie maanden uitstel van betaling. Zij hoeven hier dus geen aanvullend bewijs van een derde deskundige voor aan te leveren. Zodra de aanvraag binnenkomt bij de Belastingdienst, wordt de invordering stopgezet. Deze versoepeling heeft staatssecretaris Vijlbrief bekendgemaakt. Ondernemers die langer dan drie maanden uitstel van betaling vragen, moeten wel aanvullende informatie aanleveren bij de Belastingdienst. Dit bericht vervangt de eerder berichtgeving hierover in het item over de fiscale maatregelen met betrekking tot het Coronavirus. 

Geen verzuimboetes en verlaging invorderings- en belastingrente

De Belastingdienst zal de komende tijd ook geen verzuimboetes opleggen (of deze in voorkomende gevallen terugdraaien) voor het niet (tijdig) betalen van omzetbelasting en loonheffing. De invorderingsrente die berekend wordt gedurende de looptijd van het uitstel, is tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Vergeet niet om een melding betalingsonmacht te doen bij het niet kunnen betalen van omzetbelasting en loonheffing. Dit voorkomt bestuurdersaansprakelijkheid. Ook de belastingrente wordt tijdelijk verlaagd naar 0,01% voor alle belastingen waarvoor belastingrente is verschuldigd. De tijdelijke verlaging gaat in vanaf 1 juni 2020, behalve voor de inkomstenbelasting. Hiervoor gaat de verlaging in vanaf 1 juli 2020.

 Dit is de stand van 19 maart 2020

Het Coronavirus houdt de gemoederen flink bezig. Een epidemie van deze omvang kan uw bedrijf serieuze problemen bezorgen. De overheid heeft al verschillende steunmaatregelen getroffen om u door de Coronacrisis heen te helpen. Hieronder hebben we de maatregelen die voor u het meest van belang zijn op een rij gezet. 

Nieuwe noodregeling vervangt werktijdverkorting

U kunt geen werktijdverkorting meer aanvragen. Daarvoor in de plaats komt de nieuwe ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)’. Aanvragen voor werktijdverkorting die al zijn ingediend maar nog niet zijn afgehandeld, worden meegenomen in de nieuwe NOW. U kunt van de nieuwe regeling gebruikmaken als u een omzetverlies verwacht van tenminste 20%. In dat geval kunt u bij het UWV voor een periode van 3 maanden (met een eenmalige verlenging van nog eens 3 maanden) een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. De tegemoetkoming bedraagt:

 ·       als 100% van uw omzet wegvalt 90% van de loonsom;
·       als 50% van uw omzet wegvalt 45% van de loonsom; en
·       als 25% van uw omzet wegvalt 22,5% van de loonsom.

 Het UWV betaalt een voorschot van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan deze regeling. U mag in de subsidieperiode geen medewerkers (in beginsel ook geen flexibele krachten) ontslaan om bedrijfseconomische redenen en u moet 100% loon doorbetalen. Voor grote aanvragen boven een nog nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist. U kunt de tegemoetkoming aanvragen voor het omzetverlies dat uw bedrijf lijdt vanaf 1 maart 2020. De nieuwe regeling wordt zo spoedig mogelijk opengesteld. Zodra dit bekend is, wordt u hiervan op de hoogte gebracht.

Tijdelijk extra bijstand voor zelfstandigen

Bent u zelfstandige, dan kunt u voor een periode van maximaal 3 maanden binnen 4 weken aanvullende inkomensondersteuning van maximaal € 1.500 per maand krijgen voor levensonderhoud. Deze regeling vult uw inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald. Het sociaal minimum voor alleenstaanden is 70% van het wettelijk minimumloon oplopend tot 100% van het wettelijk minimumloon voor gehuwden en samenwonende partners.

Deze tijdelijke bijstandsregeling wordt uitgevoerd door de gemeenten. De regeling kent geen vermogens- of partnertoets. Ook wordt uw onderneming niet getoetst op levensvatbaarheid.

U kunt  deze ondersteuning ook krijgen in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal

€ 10.157 tegen een verlaagd rentepercentage. Ook heeft u de mogelijkheid tot uitstel van uw aflossingsverplichting. Er wordt nog gewerkt aan de details van deze regeling. Wanneer deze beschikbaar komt, is nog niet bekend. Zodra dat het geval is, laten wij u dat weten.

Compensatieregeling voor bepaalde sectoren

Er wordt momenteel gewerkt aan een compensatieregeling met passende maatregelen voor sectoren die het meest te lijden hebben onder de getroffen gezondheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de horeca (sluiting restaurants en drinkgelegenheden), de transportsector, evenementensector en de reis- en toerismebranche (annuleringen). Als uw bedrijfsactiviteiten in een van deze sectoren vallen, dan kunt u aanspraak maken op deze compensatieregeling. De compensatie betreft een gift en bedraagt eenmalig € 4.000 voor de eerste nood in de komende drie maanden. De uitgewerkte compensatieregeling wordt eerst met spoed voorgelegd aan de Europese Commissie (EC). Die moet beoordelen of de regeling geoorloofde staatsteun betreft. Zodra de goedkeuring van de EC er is en de compensatieregeling wordt opengesteld, brengen we u daarvan op de hoogte.

De maatregelen op de werkvloer

De overheid heeft ingrijpende maatregelen genomen, zoals het sluiten van o.a. de scholen en kinderdagverblijven, horecagelegenheden, sport- en fitnessclubs en het verbieden van evenementen van meer dan 100 personen. Werknemers moeten thuisblijven indien ze klachten hebben als neusverkoudheid, hoesten, keelpijn en/of koorts. Bovendien adviseert de overheid dringend om zoveel mogelijk vanuit huis te werken. Deze maatregelen zijn voorlopig tot en met 6 april ingesteld. Hoe moet u als werkgever hiermee omgaan?

Heeft een medewerker die in quarantaine zit recht op loondoorbetaling?

Dit is afhankelijk van de reden waarom de werknemer in quarantaine zit. Is dat omdat hij/zij zelf ziek is of omdat hij/zij mogelijk ziek is of omdat hij zelf niet ziek is maar in quarantaine moet, omdat gezinsleden of overige personen in zijn/haar omgeving ziek zijn? 

1.     Is de werknemer is ziek, dan heeft hij/zij recht op loondoorbetaling wegens ziekte conform de in het bedrijf geldende regels ten aanzien van de loondoorbetaling bij ziekte.
2.     De werknemer is mogelijk ziek. Zit de werknemer op grond van een wettelijk voorschrift of bevel (bijvoorbeeld van de GGD) uit voorzorg in quarantaine? Dan zal sprake zijn van de situatie uit artikel 7:628, lid 1 BW en zal de werknemer recht op loon behouden. In andere gevallen is de werknemer officieel niet ziek en heeft hij/zij geen recht op loondoorbetaling wegens ziekte. Anderzijds wilt u de werknemer ook niet op het werkadres aantreffen. De kans dat de werknemer dan collega’s besmet is dan aanwezig en daarmee komt de veilige werkplek in gevaar. Hoewel er voor dit soort situaties nog geen jurisprudentie is, is het goed denkbaar dat u in deze situatie eveneens het loon moet doorbetalen en dat u hierbij ook mag aansluiten bij de bepalingen ten aanzien van de loondoorbetaling bij ziekte. U kunt uiteraard ook met de werknemer kijken of het mogelijk is om vanaf het huisadres bepaalde werkzaamheden te verrichten.
3.     De werknemer is zelf niet ziek, maar hij/zij moet in quarantaine, omdat gezinsleden of overige personen in zijn/haar omgeving ziek zijn. U kunt in deze situatie van de werknemer verlangen dat hij/zij vanuit huis werkt, indien de werknemer over een goede thuiswerkplek beschikt. Kan werknemer (deels) niet vanuit huis werken, dan rijst weer de vraag of het niet kunnen werken voor rekening komt van werknemer. Omdat werknemer op grond van een wettelijk voorschrift of bevel niet mag komen werken, zal het niet kunnen werken, naar verwachting, niet voor rekening van werknemer komen en zult u het loon moeten doorbetalen. In situatie 2 en 3 mag u niet van de werknemer verlangen dat hij/zij hiervoor vakantiedagen inlevert.

Mag de werknemer thuisblijven omdat de scholen en/of kinderdagverblijven vanwege het Coronavirus tijdelijk gesloten zijn en krijgt hij/zij dan loon doorbetaald?

De werknemer kan door de plotselinge, tijdelijke sluiting van de scholen en/of kinderdagverblijven een beroep doen op het calamiteitenverlof. Dit verlof komt voor uw rekening, maar is bedoeld voor korte perioden waarin een privéprobleem ontstaat en opgelost moet worden. Te denken valt aan de 1e dag waarop de kinderen plotseling thuis komen te zitten. Voor de daarop volgende dagen kan de  werknemer met u in overleg treden om voor langere duur naar een oplossing te zoeken. Dit verlof zal dan echter onbetaald verlof zijn.

Wat zijn de spelregels ten aanzien van thuiswerken?

Wat zijn de spelregels ten aanzien van thuiswerken?
De overheid heeft recentelijk aangekondigd dat werknemers die verkouden zijn thuis moeten blijven en dat werknemers vanuit huis moeten werken, als dit mogelijk is. Dat betekent dat u, als thuiswerken tot de mogelijkheden behoort, de werknemer in de gelegenheid moet stellen om vanuit huis te werken.

Er zijn echter geen wettelijke regels ten aanzien van thuiswerken. Wel kunt u bepaalde spelregels hierover schriftelijk vaststellen. Aangezien de mogelijkheid tot thuiswerken afhangt van de functie van de werknemer, kunt u in de spelregels onderscheid maken tussen de diverse functiegroepen. Zijn deze spelregels momenteel niet aanwezig in uw onderneming, dan kunt u die alsnog opstellen.

Waarom zijn deze spelregels zo belangrijk? Naast het dringende advies van de overheid op dit moment moet u namelijk als werkgever zorgen voor een veilige werkplek. Als de kans op besmetting op de werkplek veel groter is dan wanneer de werknemer thuis werkt. En de werknemer beschikt thuis over een plek die goed als werkplek kan functioneren (let wel, ook een thuiswerkplek moet aan de Arbowetgeving voldoen), dan kunt u van uw werknemers verlangen dat zij de werkzaamheden tijdelijk vanuit huis verrichten. Wil of kan een werknemer om bepaalde redenen niet thuis werken, dan zult u met de werknemer moeten kijken welke belangen zwaarder wegen en welke mogelijke andere oplossingen er zijn.

Mag u een werknemer ontslaan als u door het Coronavirus minder werk hebt?

Momenteel is in Nederland voorlopig sprake van een tijdelijke werkvermindering. In deze situatie is werktijdverkorting in plaats van ontslag een mogelijkheid (zie het eerste deel van deze special).

Duurt de situatie rondom het Coronavirus langer, dan kunnen er ook situaties ontstaan waarin sprake zal zijn van structurele werkvermindering. Is hiervan sprake, dan zult u werknemers op enig moment moeten ontslaan. Dit kan door met de werknemer afspraken te maken in een vaststellingsovereenkomst omtrent de beëindiging van de dienstbetrekking of door een ontslagvergunning vanwege bedrijfseconomische redenen bij het UWV aan te vragen. Het UWV zal dan beoordelen of de werkvermindering structureel is en ontslag noodzakelijk is. Bij een dergelijke aanvraag zal onder andere het afspiegelingsbeginsel
gehanteerd moeten worden.

Zorgplicht voor medewerkers

U hebt als werkgever een zorgplicht ten aanzien van uw medewerkers. Dat betekent dat u verplicht bent om de medewerkers in een veilige en gezonde werkomgeving te laten werken. Ten aanzien van het Coronavirus betekent dit dat u in kaart moet brengen welke risico’s dit virus met zich meebrengt voor uw werknemers. Vervolgens bent u verplicht maatregelen te nemen om de risico’s zo veel als mogelijk te beperken en moet u uw medewerkers hierover informeren. Afhankelijk van het soort onderneming kunt u hierbij denken aan bepaalde protocollen en aan voorzorgsmaatregelen ten aanzien van hygiëne en hoe u omgaat met bijvoorbeeld buitenlandse reizen van uw werknemers etc. Met de nieuwe maatregelen is de zorgplicht nog meer aangescherpt en zult u hier serieus mee moeten omgaan. Dit betekent dat u moet stimuleren en controleren dat werknemers met klachten thuis blijven en dat u werknemers zoveel als mogelijk moet laten thuiswerken. Dit zult u moeten faciliteren, waarbij u de Arbowetgeving hieromtrent niet uit het oog mag verliezen. Wij adviseren u om de website van het RIVM (www.RIVM.nl) hierover goed in de gaten te houden.

Eenvoudiger lenen met overheidsgarantie voor het mkb

Heeft uw mkb-bedrijf een gezond toekomstperspectief maar komt u in liquiditeitsproblemen door het Coronavirus? U kunt tijdelijk (tot 1 april 2021) onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Met deze regeling staat de overheid voor een deel borg voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar de financier (meestal de bank) niet genoeg zekerheden kunnen bieden. De steunmaatregel biedt banken en andere financiers meer mogelijkheden om overbruggingskredieten te verstrekken in de aankomende periode. De tijdelijke verruiming van deze regeling houdt in dat de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB wordt verhoogd van 50% naar 75%. Door deze extra staatsgarantie kunt u mogelijk toch een overbruggingskrediet bij uw financier krijgen of een verhoging van een rekening-courantkrediet, met een maximale looptijd van 2 jaar.

Wilt u van de verruimde BMKB gebruikmaken? Dan kunt zich melden bij uw bank of financier. Zorg dat u uw aanvraag goed onderbouwd. Hier zal ook een gezond toekomstperspectief uit moeten blijken. Uw financieel adviseur of accountant [MG1] kan u hierbij behulpzaam zijn. [MG2] Daarnaast is het belangrijk dat u voldoende kredietruimte aanvraagt. Het zal namelijk niet eenvoudig zijn om later onder dezelfde voorwaarde aanvullende financiering te verkrijgen. Verkeert u - los van de Coronacrisis - al in financieel zwaar weer? In dat geval maakt u minder kans om succesvol extra financiering te verkrijgen onder deze regeling.

Rentekorting microkredieten Qredits

Bent u een kleine ondernemer die gebruikmaakt van een microkrediet van Qredits? U krijgt dan zes maanden uitstel van aflossing. Bovendien wordt de rente in deze periode verlaagd naar 2%. Het kabinet stelt hiervoor maximaal € 6 miljoen beschikbaar. Qredits financiert en coacht kleine en startende ondernemers die vaak moeilijk aan financiering kunnen komen bij een bank. Denk aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en de zakelijke dienstverlening.

Fiscale maatregelen

Ook zijn er inmiddels enkele fiscale maatregelen getroffen. Zo kunt u bij de Belastingdienst verzoeken om bijzonder uitstel van betaling voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, de omzetbelasting en de loonheffing, als uw bedrijf door het Coronavirus in acute liquiditeitsproblemen is gekomen. U moet dit wel schriftelijk kunnen motiveren. Ook moet u een verklaring van een derde deskundige hebben, waarin wordt verklaard dat u op dit moment werkelijk bestaande, acute betalingsproblemen heeft van tijdelijke aard. Ook moet daarin worden aangetoond dat u de betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip oplost en dat uw onderneming levensvatbaar is. De verklaring mag u ook binnen 4 weken na indiening van het verzoek nazenden. De derde deskundige kan o.a. een financieel adviseur of accountant zijn. U stuurt het verzoek om uitstel van betaling met motivatie en (eventueel later) de verklaring van de derde deskundige naar:

Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

 Zodra het verzoek bij de Belastingdienst binnen is, wordt de invordering direct stopgezet. De individuele beoordeling van het verzoek zal later plaatsvinden.

Geen verzuimboetes en verlaging invorderings- en belastingrente

De Belastingdienst zal de komende tijd ook geen verzuimboetes aan u opleggen (of zal deze in voorkomende gevallen terugdraaien) voor het niet (tijdig) betalen van omzetbelasting of loonheffing. De invorderingsrente die berekend wordt gedurende de looptijd van het uitstel, wordt vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Vergeet niet om een melding betalingsonmacht te doen bij het niet kunnen betalen van omzetbelasting en loonheffing. Dit voorkomt bestuurdersaansprakelijkheid. Ook kan het zinvol zijn om te beoordelen of u afnemers heeft die door het Coronavirus hun schulden niet meer kunnen betalen. Dan kunt u onder voorwaarden de btw op deze oninbare vorderingen terugvragen.

Bovendien wordt de belastingrente ook tijdelijk verlaagd naar 0,01% voor alle belastingen waarvoor belastingrente (8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen)  is verschuldigd. De tijdelijke verlaging gaat in op 1 juni 2020, behalve voor de inkomstenbelasting. Hiervoor gaat de verlaging in op 1 juli 2020.

Voorlopige aanslagen

Betaalt u nu op een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting en verwacht u een lagere winst door het Coronavirus? Laat dan uw voorlopige aanslag aanpassen. Dat kunt u uitbesteden aan uw adviseur. Wilt u de aanpassing zelf doen, dan doet u dit voor de inkomstenbelasting via Mijn Belastingdienst en voor de vennootschapsbelasting via Mijn Belastingdienst Zakelijk. In het laatste geval heeft u eHekenning nodig.

Mogelijke stopzetting lokale aanslagen

Het kabinet is in gesprek met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de mogelijkheid om lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Het gaat hierbij met name om de toeristenbelasting. Zodra hierover meer bekend is, komen we hier bij u op terug.

Coronavirus en de controle op thuiswerken

De regering heeft u opgeroepen om uw medewerkers zoveel als mogelijk vanuit huis te laten werken. Maar wanneer uw medewerkers vanuit huis werken, dan bent u letterlijk al het zicht op hun activiteiten kwijt. Hoewel er software bestaat waarmee u op afstand mee kunt kijken met uw medewerkers, zal dit een te ingrijpende maatregel zijn. Ook als u slechts enkele keren per dag steekproefsgewijs controleert of uw medewerkers wel aan het werk zijn. Uw medewerkers hebben namelijk ook tijdens de werkdag recht op privacy. Wel is een optie om uw medewerkers iedere dag verslag te laten doen van de werkzaamheden van die dag. Houd dit verzoek natuurlijk wel redelijk.

Coronavirus en de AVG: pas op met informatieverzoeken aan de werknemer!

Werkgevers stellen werknemers momenteel regelmatig de vraag: ‘Denk je dat je het Coronavirus hebt?’ of: ‘Mogen we je temperatuur meten?’ Maar dit mag allemaal niet onder de AVG. U mag zich immers niet bezighouden met de medische diagnoses van uw personeel. Betekent dit dan dat u als werkgever niets mag vragen aan (mogelijk) besmettelijk personeel? Nee, gelukkig niet. Maar u mag niet samen tot de conclusie komen dat de werknemer het Coronavirus heeft. Die diagnose is voorbehouden aan de (bedrijfs)arts. We zetten daarom nog eens op een rij welke informatieverzoeken u bij de zieke werknemer mag neerleggen.

Informatieverzoeken

Een werknemer die (vermoedelijk) ziek of besmet is, moet zich direct telefonisch melden bij zijn werkgever. U bent vervolgens verplicht om een adequaat stappenplan te volgen, waarbij een doorverwijzing naar de bedrijfsarts noodzakelijk kan zijn. Om te bepalen welke acties er nodig zijn, mag u aan de werknemer het volgende vragen:

·       zijn/haar telefoonnummer en (verpleeg)adres;
·       de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
·       de lopende afspraken en over te nemen werkzaamheden;
·       of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt, maar niet onder welke vangnetbepaling hij/zij valt. Dit houdt geen verband met het coronavirus, maar kan in andere gevallen wel relevant zijn;
·       of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval. Dit houdt ook geen verband met het coronavirus;
·       of er sprake is van een ongeval, waarbij een eventueel aansprakelijke derde betrokken is (regresmogelijkheid). Dit houdt eveneens geen verband met het coronavirus.

 Buiten deze informatie is het dus aan de bedrijfsarts of arbodienst om informatie in te winnen. Betrek de bedrijfsarts of arbodienst dus in een vroeg stadium bij een vermoedelijk geval van Coronavirus. De bedrijfsarts of arbodienst kan vervolgens met spoed contact opnemen met de GGD, om zo te bepalen welke voorzorgsmaatregelen de werkgever binnen zijn bedrijf moet treffen.

Coronavirus en contractuele verplichtingen: is er sprake van overmacht?

Steeds meer bedrijven sluiten vanwege het Coronavirus hun deuren. Maar kan dat wel gelet op de overeenkomst van opdracht die u met uw klanten hebt gesloten, of moeten u in dat geval opdraaien voor alle kosten die de andere partij maakt? En in hoeverre voorzien de algemene voorwaarden van uw leveranciers in een mogelijkheid om hun diensten richting u op te schorten, in verband met vrees voor besmetting? Kunt u of kan uw leverancier dan een beroep doen op overmacht? Daarvan is sprake als u of uw leverancier er zelf niets aan kan doen dat er een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst is ontstaan.

Een succesvol beroep op overmacht zal afhankelijk zijn van de positie waarin u verkeert. Bent u degene die niet kan nakomen, dan zult u al snel het contract of de algemene voorwaarden zo willen uitleggen, dat de uitbraak van het Coronavirus inderdaad als overmacht moet worden gezien. Andersom wilt u dit natuurlijk liever niet. De beoordeling die hierbij moet plaatsvinden, is: 

 1.     Wat houdt de tekortkoming in? 
2.     Welke contractbepalingen zijn hierover opgenomen? 
3.     Wiens algemene voorwaarden zijn leidend? 
4.     Hoe is de tekortkoming ontstaan (opgelegd door autoriteiten versus eigen beslissing)? 
5.     Hoe moet een en ander (redelijkerwijs) worden uitgelegd? 

Beroep op overmacht of in stand houden zakelijke relatie?

De kans is aannemelijk dat het aantal zakelijke conflicten als gevolg van het Coronavirus zal toenemen. Niet omdat de een de ander iets verwijt of vindt dat de ander ‘schuldig’ is, maar eerder omdat de zakelijke relatie - door de financiële gevolgen - onder druk kan komen te staan, omdat de ander niet kan ‘leveren’. Iedereen heeft begrip, maar niemand wil de financiële lasten in zijn eentje dragen. Vaak is het ook helemaal niet gewenst dat de zakelijke relatie wordt verbroken. Het zijn de omstandigheden van buitenaf die de relatie en de financiën onder druk zetten. Het is dan de afweging waard of u dan een beroep doet op overmacht met al het juridisch gedoe die dat mogelijk met zich brengt of dat u meer belang hecht aan het in stand houden van de zakelijke relatie.

Belangenafweging

In diverse contracten, algemene of specifieke voorwaarden zijn aanvullende en/of afwijkende overmacht-clausules opgenomen. Die zijn vaak bedoeld om bepaalde vormen van overmacht te verruimen of juist te beperken, afhankelijk van de uitkomsten van eerdere onderhandelingen. Uit rechtspraak blijkt dat ‘aangescherpte’ clausules soms averechts kunnen uitpakken: wellicht beperkend bedoeld en door een rechter juist verruimend uitgelegd of terzijde geschoven, of omgekeerd. Een juist beroep op overmacht beperkt veelal (vervolg)schade, aansprakelijkheden en/of boetes, maar geeft geen uitsluitsel over de toekomstige relatie, andere contractuele verplichtingen en omzetverlies of kostentoename.   

 De vraag is natuurlijk of het werkelijk wenselijk is om dergelijke vragen volledig juridisch te gaan uitkloven en uitvechten, terwijl u bij voorkeur de zakelijke relatie in stand wenst te houden en ook de kosten laag wil houden. Gezamenlijk rond de tafel met een procesbegeleider (zakelijke mediator) kan dan een goede optie zijn. Het doel is om er in één of enkele gesprekken er samen uit te komen. 

De maatregelen ter bestrijding van het Coronavirus kunnen grote gevolgen hebben voor uw bedrijfsvoering. Wij helpen u graag bij het vinden van oplossingen en het treffen van de benodigde maatregelen.

Neem hierover vrijblijvend contact met ons op
+31 20 - 644 75 41 of per e-mail op info@spaargarenaccountants.nl

© 2020 Spaargarenaccountants